December 2013

Verzonnen


“Jij schrijft toch die verhaaltjes in Zeilen?”

“Als je die column achterin bedoelt: dat ben ik ja.”

“Waarom schrijf je niet gewoon eerlijk op dat je dat allemaal zelf bent?”

“Omdat ik het niet allemaal zelf ben?”

“Ja, natuurlijk wel. Of je hebt het zelf zo gehoord.”

“Nee? Nee, echt niet. Ik hoor een halve zin en verzin daar een hele column bij. Zo werkt dat bij mij. Ik ben geen journalist, ik ben schrijver. Verhaaltjes verteller.”

“Nah, dat kan niet. Ik geloof er niets van dat je het niet gewoon zo hoort, en het dan alleen maar hoeft op te schrijven. Dat kan je niet zo verzinnen, dat moet je gehoord hebben. ”

“Was het maar waar. Nee hoor, ik hoor iets, een zinnetje, of gewoon algeheel gemopper. Wie uit jouw bootjes-kring loopt niet te zeuren over het onderhoud, wie heeft er niet altijd meer spullen mee naar de boot dan van te voren had bedacht en wie heeft er niet af en toe thuis ruzie over de tijd die in die boot gaat zitten? Dat lijkt me aardig universeel, dus ja, dat maak ik mee. Maar dat maak jij ook mee. Soms is het dan een zinnetje waardoor ik het hele gesprek voor me zie, bijna kan horen, en soms verwerk ik zelfs dat ene zinnetje in een column, maar het meeste is van begin tot eind verzonnen. Of beter: ik zie het voor me, alsof ik het meegemaakt heb, en dan heb ik het weer net even anders beschreven.”

“Ja, dat zeg je nu wel, maar neem nou die column over die man die elk jaar met zijn familie strijd moest hebben over de vakantie. Of dat van dat een jaar bezig zijn met onderhoud. Die van het weer zout ruiken als je Zeeland weer in vaart. Dat heb je toch gewoon zelf meegemaakt?”

“Nee , dat heb ik niet zelf meegemaakt. Ik heb geen ruzie over de invulling van de vakantie, maar ik kan me de bonje thuis wel voorstellen. Dus daar kan ik dan een stukje over schrijven. Dat zout ruiken, ja dat rook ik wel, ooit een keer, maar de discussie over wat je dan precies ruikt is nooit zo gevoerd, en schrijven over onderhoud? Dat is als ik even geen inspiratie heb. Onderhoud, daar heeft iedereen beeld bij. Dat is zo universeel. Koop een boot, werk je dood? ”

“Dus je verzint het allemaal? Alles?”

“Ja. Dikke duim heb ik he?”

“Die man op de Hiswa, die vent in de bouwmarkt, dat zeilen in het Engels, die auto’s vol met spullen voor drie dagen zeilen, die pech met het onderwaterschip: dat is allemaal verzonnen? Alles?”

“Ja. Geïnspireerd door wat ik zie en meemaak, dat wel. Maar de dialogen zoals ik ze opschrijf: allemaal uit mijn duim. Van a tot z aan elkaar gefantaseerd. Niet Echt Gebeurd. Gelogen, zo je wilt.”

“Alles? “

“Alles.”

“Dus als ik dit teruglees in Zeilen…?”

“Dan heb ik dat zojuist verzonnen. Dank je wel trouwens. “

(deze column verscheen in het januarinummer van Zeilen. Kijk ook eens op hun website: www.zeilen.nl)

Dag Sinterklaasje!

Sinterklaas is weer weg.
In de huishoudens met gelovers is de rust weer teruggekeerd en mogen schoenen weer onder de kapstok, hoeven de folders niet meer kapot geknipt worden voor de verlanglijstjes, staat voorlopig geen hutspot meer op het menu (wat moet je anders met al die wortels voor het paard?), gluurpieten houden zich niet meer op in donkere hoekjes en herrie op het dak is weer gewoon de wind en niet misschien wel een paard.
Hier geloven ze niet meer, maar 6 december is de dag dat ik het laatste restje behangplak voor papier mache toch maar weg gooi, de restjes sintpapier weer in de kast stop en we weer gewoon op elkaars kamers mogen komen – de surprises zijn inmiddels niet alleen af, maar ook al weer gesloopt om bij het eigenlijke cadeau te komen.

Drie weken gekte. Heerlijk. Intocht, schoenen zetten, surprises maken en rijmen. Ik hou er van.
Collectief nemen we met zijn allen jonge kinderen in het ootje, van de intocht tot gisteren. “Dank u Sinterklaahaasje”; zelfs volwassenen die beter zouden moeten weten zingen het na de vierde chocoladeletter.

Maar een ding begrijp ik niet, en dat is waarom het als zo’n nachtkaars uit gaat. We gaan wel met zijn allen bij die intocht staan, die intocht wordt zelfs live op TV uitgezonden, maar Sint en zijn gevolg worden na zes december totaal vergeten. Ondankbare honden zijn we, allemaal!

Ik pleit dan ook voor een nieuw fenomeen in Klazenland: de uittocht. Zes december met zijn allen weer naar die haven en zwaaien maar!
De pieten gooien de allerlaatste pepernoten richting de kade, het paardje huppelt het dek op en neer want hij ruikt de stal al, Sint zwaait nog één keer naar de verzamelde meute kinderen die dit jaar niet alleen als Zwarte Piet, maar ook als blauwe, gele en multi-color Piet zijn geschminckt (zonder oorbellen!), en zet dan weer koers naar Spanje.
Zie ginds gaat de stoomboot op Spanje weer aan. Het past in het ritme van de muziek.

Dag Sinterklaasje!

(dit blog verscheen eerder, in een andere versie, op Hyves. Maar dat weet niemand meer. Of je wil het niet meer weten...)