Burgemeester in badjas

Vandaag, 13 juli 2017, hoorde ik dat Leonard den Beer Poortugael na een kort ziekbed is gestorven. In 2011 heb ik hem onderstaand verhaal voorgelegd. Ik wilde graag zijn biografie schrijven. Hij heeft het gelezen. Zou er over denken. Kwam er vaak op terug. Het leek hem wel leuk. Maar zoals dat gaat: druk. Beiden. Op ons eigen manier.

Het is er nooit van gekomen. Dat ik stopte met roken heeft ook vast niet geholpen.

Dag Leonard. Je zal gemist worden.



Veere, juni 2011.

Ik heb zojuist mijn zaterdagse Volkskrant en slof Marlboro gehaald, en net als elke week, ben ik in het winkeltje een Veerenaar tegen gekomen. Weer een ander dan ik daar normaal tegenkom. Ik moet er om lachen. ‘Handigerd’, denk ik, met een dikke glimlach.

Leonard klaagde graag en veel. Dat het bijna de moeite niet was om zijn winkel open te houden, zeker niet in de winter. Uit mijn gevoel het stadje Veere levend willen houden – en te voorkomen dat het het bewoonde openluchtmuseum wordt waar de gemiddelde toerist, die gewoon midden op de weg blijft lopen het ook voor aan ziet- en een idee dat ik, hoe klein ook, deze markante inwoner graag wil steunen, beloof ik hem dat ik voortaan wekelijks bij hem mijn krant en mijn sigaretten zal kopen, en sindsdien doe ik dat ook.

‘Handigerd’ heb ik sindsdien vaak gedacht. Handige Leonard, want ik ben echt niet de enige tegen wie hij zijn klaagzang heeft gehouden. Handigerd, omdat hij het voor elkaar gekregen heeft dat heel Veere bij hem zijn krant koopt.

Er zit bij mij geen regelmaat in het tijdstip dat ik mijn zaterdagse krant haal; de ene keer is het tien uur ’s ochtends, de volgende keer kom ik om vijf voor zes binnen lopen. Nooit ben ik er alleen, altijd is er ook een andere inwoner. Hij verkoopt meer kranten dan de Bruna? Als het drie, vier uur is, zit er vaak iemand op het stoeltje aan de andere kant van het bureau dat hij als toonbank, kassa, preekstoel en balie gebruikt. Leonard in zijn comfortabele leunstoel die ook draaien kan achter dat bureau, de bezoeker op een rechte keukenstoel ervoor. Soms met een biertje in de hand. Ik kan me zo voostellen dat Leonard dat nog ‘een pijpje’ noemt, dat soort taalgebruik hoort bij hem.

Als ik binnenkom, wordt dan het gesprek onderbroken. “Ik weet wie het is, ik heb er op gerekend” en met een tred die zijn jaren miststaat, gaat hij door het gordijntje naar zijn privévertrekken daarachter, om daar de voor mij apart gelegde Volkskrant en de slof Marlboro vandaan te pakken. Heeft de Volkskrant een actie, of ben ik onverwacht erg laat, dan plaagt hij me. Doet hij alsof hij mijn krant vergeten is apart te leggen. Ik speel het mee en doe aangenaam verrast als hij hem wel heeft “inclusief het magazine hoor, kijk je even of hij compleet is?”

Heel Veere komt bij Leonard. De vrouw die achter mij woont: ze is door hem al op de foto gezet: met hondje. De vrouw op de Kaai, vindt na een paar weken vakantie een pakje van haar merk in de brievenbus, met een kaartje erbij: ‘Welkom Thuis’. De voormalige arts, na zijn pensionering in Veere gaan wonen: hij rookt al jaren niet meer maar haalt er zaterdag een krant. Zou bij hem, net als bij mij, die krant ook wel eens op maandag ongelezen bij het oud papier gaan, omdat er eigenlijk geen tijd was om hem te lezen? Ik heb dat wel eens, zeker in de zomer lonkt het water voor Veere harder dan de Volkskrant. Maar dat tegen Leonard zeggen, zeggen “nee, deze week geen krant want ik heb het druk vandaag en morgen”, dat dóe je niet. Die Middelburgers, wiens enige band met Veere is dat er een boot ligt, nemen hun bezoek mee naar Leonard. Koop daar maar een kaartje. Hou Leonard levend. Die Lichtflits heeft kruit nodig.

Burgemeester in Badjas. In de winter van 2010 had ik een aantal begrafenissen in Veere. Trieste begrafenissen, mensen die te jong waren weggevallen, minder trieste begrafenissen, mensen die een mooie leeftijd bereikt hadden. Ze hadden een ding gemeen, die ter aarde bestellingen. In alle gevallen was het Leonard die aan de groeve of bij de dienst van de gelegenheid gebruik maakte om nog wat te zeggen. Hij kende iedereen, iedereen kent hem, en ja, als ik ooit ga, hoop ik dat hij ook aan mijn graf staat, dat hij ook over mij met een simpele, maar zo mooi vertelde anekdote, een schets kan maken van wat mijn dagelijks leven was. Leonard als onbenoemde burgemeester van Veere, zorgt bij al zijn inwoners voor een laatste woord, zoals dat hoort. ‘Doet’ Leonard geen crematies? In Middelburg, bij het crematorium, heb ik hem laatst niet gezien. Dan moet ik toch maar onder de grond, mocht ik eerder gaan dan hij. Ik wil ook de Burgemeester van Veere bij mijn groeve. De hoogste ambtenaar van Veere zetelt tegenwoordig in Domburg, maar Veere heeft zijn eigen Burgemeester. Het zit in zijn genen.

Ik ben import. Ik ken Veere van vakanties, van bezoekjes met de boot, maar ik ben import. Ik ken meer import, en nu ik hier al weer een paar jaar woon ken ik ook Veerenaren. Het maakt niet uit: iedereen kent Leonard. Ik heb de verhalen gehoord over zijn vader, die Burgemeester mét ketting, die de onsterfelijke regels heeft geschreven: “een goede tip voor nu en later, benader Veere vanaf het water”. Het is dat Veere niet uitbreidt, anders had deze burgemeester wel al een plein gehad. Ik ken de verhalen van vroeger, veertig jaar geleden, over toen hij nog aan het Singeltje woonde en zijn Lichtflits in de Kolve had. De verhalen over klokken in waterputten en kaketrappen: ik was er niet bij maar heb ze gehoord. Ze roepen bij mannen van inmiddels middelbare leeftijd nog steeds een warme glimlach op. Een glimlach bij een leuke herinnering, bij een fijne gedachte aan een soms wat wonderlijke maar altijd aardige man. Ik draal in zijn winkeltje en kijk naar de foto’s. Alles heeft hij gefotografeerd, en niets digitaal. Mocht hij ooit gaan, laat in Godsnaam niemand haast maken om het leeg te ruimen. Niets mag verloren gaan: Leonard heeft een mensenleven vastgelegd met een Polaroid.

Een Burgemeester in Badjas, want ook die badjas is Leonard. Van het vroege voorjaar tot het late najaar ging hij, in badjas, op de fiets, over de Kaai naar de buitensteiger. Zwemmen. Toen de Jachtclub in het najaar het presteerde daar een boot af te meren, exact daar waar hij eigenlijk te water wilde, kon de Voorzitter van die jachtclub met de najaarsledenvergadering onmiddellijk op vragen rekenen. En hij wist de belofte af te dwingen dat het niet nog een keer zou gebeuren. Iedereen mag een beetje lachen om die man in badjas op zijn fiets, maar als diezelfde man tijdens een toneelstuk zichzelf speelt en in diezelfde badjas op het bordes van het Stadhuis staat, en zijn tekst is als enige te verstaan voor álle toehoorders op die markt, wie lacht er dan uiteindelijk het hardst?

Geachte heer den Beer Poortugael, lieveLeonard, u fascineert me. Niet alleen is er een leven in Veere doorgebracht, u heeft het ook op de foto gezet. Mag ik deze zomer uw biografie schrijven? Daar een boek van maken? En dat boek ‘Burgemeester in Badjas’ noemen?