May 2013

afscheidsfeestje

“Volgende week dus. Maandag. Zaterdag nog een etentje met naaste familie, zondag de laatste dingen opruimen, en dan gaat het echt beginnen. De voorspellingen zijn goed, we zouden zo in een keer in de richting van Frankrijk geblazen moeten worden. Golf van Biskaje, om Portugal heen en dan hopen we op tijd in de Azoren te zijn om mee te kunnen varen met de groep naar de Carieb. Ik ben er klaar voor hoor, ik heb er zin in!”

“Want?”

“Hoe bedoel je: ‘want?’?”

“Waarom willen jullie dit nou eigenlijk?”

“Hallo, heb jij ons niet gekend de afgelopen jaren? We zijn nu al vier jaar met de voorbereidingen bezig! Eigenlijk al sinds we de vorige boot verkocht hadden: we hebben toen echt gezocht naar de wereldreisboot. Jij hebt ons nog tips gegeven over waar we op moesten letten met het elektrisch systeem, dat het ook in de tropen moet kunnen blijven draaien. En dan vraag je nu waarom?”

“Ik weet best dat jullie er al heel lang mee bezig zijn. Maar ik weet eigenlijk niet zo goed waarom jullie dit willen. Kijk, hier vanavond, jullie afscheidsfeest: hartstikke leuk hoor, en een volle bak, maar ik vraag me nu eigenlijk gewoon af: weten jullie wel wat jullie achterlaten? Het volleybalteam van Inge, jouw hockeyclub, de mensen van de vereniging: dat is allemaal nog wel te overzien. Maar jouw jongste zus, die is hoogzwanger. Je neefje of je nichtje ga je dus alleen maar via Skype meemaken he, die zie je pas in levende lijve als het al loopt. Die oude man daar, wat is het, een opa, een oom? Beseffen jullie wel dat jullie er waarschijnlijk niet bij zullen zijn als die onder de groene zoden gaat? Jij hebt je moeder nog, wat als ze ziek wordt? Die is tenslotte ook geen twintig meer. Inge heeft haar beide ouders nog, maar ze is wel enig kind: wat als jullie net door het Panamakanaal aan het steken zijn als daar iets mee gebeurt?”

“Er zijn toch vliegtuigen...”

“Ja, natuurlijk zijn er vliegtuigen. Maar het zal niet zo zijn dat je voor elke gebeurtenis hier terug zult komen vliegen. Ten eerste staan er op jullie wereldreisplanning nogal wat gebieden waar je je boot waarschijnlijk niet onbeheerd achter zult willen laten, maar vooral: je zult moeten kiezen. De eerste verjaardag van die kleine die nog geboren moet worden zal je waarschijnlijk aan je voorbij laten gaan. Als opa ziek wordt en binnen een paar dagen gaat, zullen jullie er ook niet bij zijn om de laatste woorden mee te maken, wat ik laatst had, mijn moeder een tia: je vliegt er niet voor terug, maar ik was blij dat ik binnen een half uur in het ziekenhuis was hoor.”

“Ja, als je het zo bekijkt…”

“Zelf weten, maar ik zou er toch nog eens goed over nadenken.”

“Nee. Juist niet. Niet over nadenken. Dan gaan we niet. Dus nee, vooral niet nog eens goed over nadenken. En doe me een lol? Praat jij vanavond even niet met Inge?”




(deze column, die een beetje een ode aan zus en zwager is - zie www.kindofblue.info - verscheen eerst in het meinummer 2013 van Zeilen Magazine. )

Op weg naar huis

“Ruik je dat?”

“Als dat een hint is dat je koffie wilt, dan moet je maar gewoon even wachten hoor. Je ziet toch dat ik bezig ben? We komen verdorie net die sluis uit, jij loopt altijd te zaniken dat we geen motorboot zijn en dat de stootwillen in de bakskist moeten als ze niet binnen tien minuten weer nodig zijn, geef me dan ook even de kans ze op te ruimen zoals jij dat wilt? Die landvasten voor moeten ook nog weg, en je hebt zelf de achterlijn nog niet eens opgeschoten. Ik kan niet heksen hoor!”

“Ik wil helemaal geen koffie.”

“Nou, voor een biertje is het nog veel te vroeg. Het is nog minstens twee uur varen naar Sint Annaland, en als je nu al aan het bier begint dan wil je er zo nog een en dan nog een, en voor je het weet zit je ver boven de limiet. En op het water gelden dezelfde regels als op de weg, dus meer dan twee mag niet. Dat weet jij ook.”

“Hallo, doe even niet alsof ik een of andere alcoholist ben, wil je? We hebben vakantie hoor, dat je dan om vier uur een pilsje zou nemen, dat moet dan toch kunnen? En jij drinkt ook je wijntje wel mee dan trouwens, en daar zeg ik toch ook niks van?”

“Ja, nou, zal allemaal wel, maar ik ben dus nog even bezig met die lijnen en stootwillen van jou.”

“Ja, en ik vroeg aan jou of je het ook rook, weet je nog?”

“Wat, ruik je gas ofzo? Dat ik kan ik hier natuurlijk nooit ruiken he! De wind staat de verkeerde kant op, en bovendien, jij zit zo ongeveer bovenop die gasbun, dus nee, ik ruik het niet. Ik ruik geen gas. Nee, wat doe je nou? Als je gas ruikt, dan ga je toch niet een sigaret aansteken? Gevaarlijke gek! Laat dat!”

“Ik ruik helemaal geen gas. Heb ik dat gezegd dan, dat ik gas ruik? Mens, doe niet zo overdreven. Bovendien, al zou ik gas ruiken, dan is het nog niet zo dat de boot ontploft als ik hier achter het roer een peuk op zou steken hoor. Gas vervliegt namelijk nogal snel? ”

“Boven een lekkende gastank een peuk opsteken is gewoon stom. Ook al kan er volgens jou niets gebeuren. Bovendien: je weet dat ik gas eng vind. Ik wil helemaal geen gas aan boord. We hadden in Enkhuizen gewoon die Origo mee moeten nemen, die daar in de aanbieding was. Dan had je nu geen gas geroken.”

“En dan waren nu al onze pannen aan de onderkant zwart geweest van die walm. Maar, nogmaals, ik ruik helemaal geen ga-has! Ik vroeg toch ook niet aan je of je gas rook. Ik vroeg alleen maar of jij het OOK rook. Het. Ook. Rook. Het.”

“Ik begrijp je niet. Wat zou ik moeten ruiken dan?”

“Zout. Na drie weken varen we weer op zout water. Vind je het niet heerlijk ruiken? We zijn weer thuis…”




(Deze column verscheen eerder in de vakantiespecial van Zeilen, die hoort bij Zeilen nummer 5, mei 2013. Kijk ook eens op hun website: www.zeilenmagazine.nl)