November 2014

staken

Het is 13 november, het sinterklaasjournaal is al weer twee dagen bezig en ik heb me nog niet laten verleiden tot een zwarte-pieten-discussie. Het past op geen enkele manier binnen mijn lessen en dat vind ik tegelijkertijd jammer en goed. Jammer omdat het een stuk denken, leren denken, argumenteren, luisteren en reageren is wat ik best eens met mijn klasje zou willen oefenen.
Goed omdat ik zelf nogal een mening heb in deze. Dus: het is jammer en goed. Vooral jammer. Bummer.

Het is ook 13 november en morgen wordt er gestaakt. Tegen Jet, en ik neem het verre van persoonlijk. “You ain’t seen nothing …Jet” is in deze geen spelfout maar de slogan van een heus studentenprotest tegen het (al aangenomen) wetsvoorstel om de basisbeurs om te zetten in een lening (‘studievoorschot&rsquoWinking voor alle HBO-ers vanaf komend schooljaar.

Deetman. Ritzen. Hermans. Van der Hoeven. Plasterk. Van Bijsterveld.

Over Deetman zei Youp van ’t Hek ooit: “als iemand je Deetman noemt, dan mag je naar de rechter. Wegens belediging. Erger kan je iemand niet treffen dan met ‘wat ben jij een Deetman zeg’.

Ritzen. OV ritzen. ‘Ritzel jij dat even’, zeiden we toen. Wie heeft toen dat ei op hem gegooid? Die jongen verdient alsnog een standbeeld.
Hermans: die zat er zeker kort want ik heb hem niet onthouden. Of hij was er net in die paar jaar dat ik zelf niks met onderwijs te maken had. Ergens tussen mijn eigen afstuderen en de baan in het onderwijs. Kort dus.

Van der Hoeven, ach gut, Maria. Ze bedoelde het heus goed, maar er kwam niks van. Dus moest de bezem van Plasterk komen. Die zijn hoed nog eens recht zette en ook niks deed. Dus daarna daadkracht: Marja. Verbijsterveld noemde ik haar, want haar visie op onderwijs liet velen meer dan verbijsterd achter. En nu dus Jet. Bussemaker. Die vindt dat studenten ‘best wel’ mogen bijdragen aan hun eigen studie.

Ik ga geen pleidooi houden voor of tegen het leenstelsel. Of, want dat is het, als je de studenten raakt, indirect ook: over het hele stelsel van sociale zekerheid, sociaal vangnet, solidariteit. Ik ga mezelf er niet toe verleiden want ik weet van mezelf dat ik op kan treden als advocaat van beide duivels. Zo ben ik opgevoed. Hoor en wederhoor, rechten en plichten.

Morgen wordt er gestaakt. Er is een tweede klas die al een week geleden via de mail aan de mentor heeft gevraagd hoe de school om zal gaan met afwezigheid wegens staken. Die de individuele docenten heeft gevraagd wat er gedaan wordt met schriftelijke overhoringen die dag – die ze dus missen, en die wel meetellen. Die zelfs voorzichtig geopperd heeft of onze MBO instelling (Met Veel Leerlingen Die Door Willen Naar HBO) niet een busje in kan zetten.

Er zijn diverse eerste klassen die in de lift wat gehoord hebben en die dachten: ‘he, een mogelijkheid tot een vrije dag!’ Leerlingen waarvan ik het verlofbriefje met als reden ‘staken’ getekend heb. Omdat ik geloof in een maatschappij waarin je het recht hebt om voor je mening op te komen. Het is niet aan mij jouw redenen in twijfel te trekken. Ook al twijfel ik als je invult dat je gaat ‘staken voor onderwijs’: het is niet aan mij om een oordeel te vellen. Oordelen doe ik al vaak genoeg: eens per acht weken, met een toets, dan ben ik rechter. Niet als je wilt staken. Dat bespreek je thuis, die mening vorm je in de groep met je gelijken, die norm leg je jezelf op, aan de hand van de waarden die je van thuis hebt mee gekregen; door gesprekken aan tafel, door het kijken van nieuws, lidmaatschap van bonden en bondjes, doordat je Loesje volgt op Twitter of JOB op Instagram. Jouw normen, jouw waarden, en die zijn van jou. Niet van mij, ik mag je de mijne niet opleggen of zelfs maar proberen ze te beïnvloeden. Dat is niet aan mij. JIJ, als 16-plusser, hebt een aantal rechten. Het recht op onderwijs. Vrijheid van meningsuiting. En nog zo wat. Ik mag er van uit gaan dat je daar mee om kan gaan?

Ik ga ze het recht tot staken niet ontzeggen. Ik hoop wel dat ze onze democratie, met alle rechten, en plichten, waarderen. Dat is aan de opvoeding, om dat moreel besef mee te geven. IK geef morgen gewoon les. Ja, ook aan twee leerlingen. Ik heb daarvoor ooit gestaakt: op een recht op goed onderwijs. Tegen Deetman, Ritzen, of weet ik veel wie. Tegen afbraak van onderwijs. Ik had toen dat recht, en ik heb toen dat recht gebruikt. Best imposant, dat Malieveld.

Jongens, meisjes: misbruik je rechten niet. Gebruik ze. Dat is je recht. Misbruik wordt gestraft. In dit geval: in de volgende toets. Die gaat, geheel volgens lesplanning, over normen en waarden. Toeval bestaat niet…

Appje

Heel, heel soms zeggen ze bij Zeilen: Jet, doe maar niet, die column. Om hen moverende redenen die ik dan begrijp, en dan schrijf ik een ander. Dit is zo'n 'afgekeurd' exemplaar...

“Een vrouw en een kip, is de pest voor je schip.”

“Pardon? Wat zit jou dwars?”

“Jij. Nou ja, jullie. Niet jij per se, maar vrouwen. In het algemeen.”

“Mijn ervaring is dat een dergelijke uitspraak over een soort meestal ontstaat vanuit ongenoegen over één exemplaar van die soort. Dus leg uit, met welke dame heb je nou weer ruzie gemaakt?”

“Ik maak nooit ruzie. Nee, nou niet zo verbaasd kijken, ik maak nooit ruzie. Met mij kan je alle kanten op, ik vind het allemaal best. Maar vrouwen? Vrouwen, die zijn zo ontzettend veeleisend! Daar wordt je als man zijnde echt helemaal gek van!”

“Ja, en de gemiddelde man is een mak lam dat zich gewillig laat leiden. Leg uit. Was je pinksterweekend niet zo geslaagd?”

“Hoe raad je het. We waren een weekendje weg. Natuurlijk eerst weer die traditionele discussie over wat je allemaal wel en wat je niet mee hoeft te nemen op een boot, maar eenmaal geladen met de waterlijn een centimeter of wat hoger, en het eerste flesje open, leek het wel gezellig te worden. Tot we het, eenmaal door de sluis, eens moesten worden over de plaats van bestemming. Nou heb ik een Appje, met daarin alle havens, en dan kan je zien wat de voorzieningen zijn, en ook reserveren, en aangezien half België en Duitsland ook weer aan het drijven was in die Zeeuwse Delta leek het me wel een goed plan om een box te bestellen. Tja, ik weet niet hoe het met jou zit, maar als ergens twee meter verval is, vind ik het meestal niet zo fijn om te dubbelen. Je weet immers maar nooit hoe het schiemanswerk van de buurman is, dus…”
“Ik vind het altijd wel lekker, dubbelen. Een beetje weg van die herrie op de steiger, en als je dan als buitenste ligt heb je in ieder geval fijn uitzicht. Plus dat ik het meestal gezelliger vind om naast iemand te liggen die aan boord is dan tussen twee verlaten boten op hun vaste ligplaats.”

“Ja, dat is nou weer typisch vrouwelijk. Als het maar ‘gezellig’ is. Maar dat de buurman van die fenderhoezen heeft waar zand zo fijn in blijft zitten, waardoor jij allerlei krassen op je lak krijgt, daar denk je dan niet aan hè. Of fijn naast een platbodem, die hebben van die stalen randen langs de zwaarden. Gelcoatpeelers zijn dat.”

“Kwestie van een beetje opletten, wil op de juiste plaats hangen. Maar vertel, jullie zaten op dat water, jij op je Appje, en toen?”

“Nou ja, ik stelde een paar havens voor, allemaal prima voorzieningen. Wifi enzo, want ik wil toch wel graag elke dag het nieuws even zien en het weer checken op Windguru, en lekker douchen, dus. Maar nee, ze moest en zou door het Brabants Vaarwater. Dus ja, dan is de keuze beperkt.”

“Waarom per se dat Brabants Vaarwater dan?”

“Daar blijken de zeehonden te wonen.”

“En dat wist jij niet?”

“Nee, hoe moet ik dat weten? Daar is geen Appje van!”