November 2019

Nog maar eens over de lumpsum

De Inspectie voor het Onderwijs controleert besturen en beoordeelt scholen. Het meeste daarvan gebeurt ín de opleidingen. Zelf heb ik ook wel eens inspecteurs in de klas gehad, en de procedures van het examenbureau; daar droom ik nog wel eens van op plakkerige nachten. Maar er is één onderdeel wat niet bekeken wordt op opleidingsniveau en dat is geld. Wat ik raar vind, zeker gezien de manier waarop veel scholen georganiseerd zijn: als matrix-organisatie met veel verantwoordelijkheid laag in de lijn.

De individuele schoolleider, directeur of teamleider is taak- en resultaatverantwoordelijk als het gaat om de kwaliteit van het onderwijs, als het gaat om het gebruikte instrumentarium voor examinering, als het gaat om de inzet en afname daarvan, als het gaat om onderwijstijd, om professionalisering, om kwaliteitszorg, leerlingbegeleiding, passend onderwijs: alles tot aan de koffie aan toe is de taak en verantwoordelijkheid van die schoolleider, tót het om de centen gaat. Dan mag (moet) de schoolleider verwijzen naar het bestuur, de koepel, het hoofdkantoor of hoe het ook mag heten: dat is niet zijn (m/v) pakkie an. En ik vind dat raar.

Het komt op mij over alsof de schoolleider een veredelde filiaalleider van een keten is: wel de omzet moeten draaien, de roosters van het personeel moeten maken, zitting moeten nemen in de middenstandsvereniging, maar niet de kas mogen tellen. Wel de winkel moeten leiden, in de breedste zin van het woord, maar geen idee hebben wat de bijdrage van het filiaal is aan het grotere geheel. Was het niet dat wat de grote ketens van Nederland de das om heeft gedaan? Want met het wegnemen van die taak, haal je ook het eigenaarschap weg bij die filiaalleider. Waarom zou je bezuinigen als je die bezuiniging niet kan gebruiken voor de verbetering van je eigen winkel? Waarom zou je zoeken naar nieuwe bronnen van inkomsten als je die inkomsten niet zelf mag houden? Waarom een half uur langer open blijven – iets meer doen – als je de opbrengsten daarvan niet terugziet? Het stimuleert niet om dat stapje harder te lopen. De schoolleider is er voor het onderwijs en daarbij lijkt het onderwijs op oude adel: over geld praat je niet. Het lijkt alsof geld geen rol speelt?
Maar dat speelt het wél: die lumpsum is nou eenmaal niet van elastiek en op is op. De lumpsum is gebaseerd op het aantal leerlingen (met allerlei wegingen, ja, maar het grootste deel is gewoon koppies tellen) en leerlingaantal maal som, dat is wat de instelling krijgt. En daar moet je het mee doen. Toch, Arie, Ingrid, Mark?

In het hoenderhok wat de lerarenkamer heet, is er één knuppel die wel geworpen wordt, maar zelden gevangen: geld. Vraag docenten wat ze nodig hebben om goed les te geven en ze ontpoppen zich tot Rupsje Nooitgenoeg: meer tijd, meer materialen, meer middelen. Zelden of nooit hoor je ze zeggen ‘meer leerlingen’ terwijl dat toch de enige knop lijkt te zijn waaraan gedraaid kan worden als het gaat om de mengkraan die geld moet verdelen over de inzet van docenten, lesuren en spullen.
Op social media gaat men los op de lumpsum; besturen die geld oppotten, onnodig dure gebouwen en een verfoeide managementlaag. Er moet meer geld komen; van de besturen én van Den Haag. Geld voor passend onderwijs, geld voor vervanging, geld voor professionalisering, geld voor alles wat docenten nodig hebben om hun lessen goed te kunnen verzorgen. Het probleem is dat er een minister zit die klare taal spreekt: dit is het en hier moet je het mee doen. Het Arie Slob bashen kan daarmee beginnen – en wordt ook volop gedaan – én de aandacht kan verschuiven; naar die managers die blijkbaar van alles doen, behalve goed managen: die arme docent wordt immers niet goed gefaciliteerd?

Van mijn kleuterjuf hoorde ik altijd al dat waar twee vechten, twee schuld hebben, en ook later bleek dat bij het met een vinger naar een ander wijzen, er nog altijd drie naar jezelf wijzen. Met een vinger naar Den Haag wijzen is dus drie naar jezelf wijzen. Niet die docenten moesten staken 6 november, de besturen – mits die inderdaad ook vinden dat ze te weinig krijgen.
Zolang instellingen het echter wél sluitend krijgen ligt het dus niet aan de lumpsum zelf maar aan de manier waarop die besteed wordt. Als ik de Financiële Staat van het Onderwijs, dat andere jaarlijkse rapport wat met minder bombarie uitgebracht wordt, moet geloven lukt het de meeste instellingen wel om de uitgaven binnen de lumpsum te houden – en er zelfs nog wat van over te houden. Het lijkt dus niet aan het geld vanuit Den Haag te liggen. En als het daar niet aan ligt, dan ligt het dus aan de verdeling van dat geld binnen de instellingen.

Besturen moeten dus kijken aan waar ze het geld aan besteden: houden ze met het overschot van de ene school de ander in de lucht? Dan moeten ze niet verbaasd zijn als die ene, die het nu goed doet, het volgend jaar wat minder doet: er is geen beloning voor dat ‘goed doen’. En die ander, die steun nodig heeft, die zal geen nood zien om de tekorten weg te werken: dat doet de koepel immers wel? Kijk daar dus als controleur van die besturen, als onderwijsinspectie, naar: niet naar de financiering op instellingsniveau maar een laagje lager: hoe doen al die clusters het? Daar wordt het werk gedaan, daar moet dat werk passen binnen de lumpsum en dat kán blijkbaar, vindt de minister.

Pas als het in élk onderwijscluster in orde is, kan nog een stap verder gekeken worden. Naar de teams. Geef dan de docenten ook wat zeggenschap, maak hén eigenaar en doe dat vooral transparant. Werk met cijfers, met keiharde euro’s. Er is een bedrag X per leerling, en hoe verdelen we dat? Geef teams de kans dat zélf te verdelen. Meer salaris? Elk leerling in je klas is een stukje financiering, dus neem je er nog drie bij voor meer geld? Of zijn dan bijvoorbeeld materialen minder belangrijk? Minder lesuren? Waarom zou je als team niet kunnen afspreken dat dat kan, maar dan wel aan grotere groepen? Individuele begeleiding? Als jullie regel is dat een klas rendabel is met 25 leerlingen, én daar kan je achter staan, dan heb je als docententeam de keuze hoe je dat invult: één uur per week individuele begeleiding per leerling is meteen de hele week een extra leerling in de groep. Leg die keuze bij docenten. Halve dagen een klasse-assistent? Kan, maar die wil ook salaris, dus dan de klas ook 25% groter. Dat zijn sommetjes die een docent echt wel kan maken.

Ik lees heel veel geschop online; geschop tegen Den Haag, geschop tegen besturen en geschop tegen managers, maar zolang er nog scholen zijn waar het wél lukt, moet de sector vooral naar zichzelf kijken. Zelf dat eigenaarschap opéisen en daar gaan roepen waar de pijn zit. Dus docenten bij hun besturen en besturen eventueel naar Den Haag, indien nodig.

Lerarenregister

Eerder schreef ik al over het lerarentekort en de daaruit voortvloeiende ‘oplossingen’ met onbevoegden voor de klas – desnoods een ouder. Zie hiervoor het hoekje ‘onderwijs’ wat ik speciaal op mijn website heb ingericht: een hoekje vol met voetnoten en apa’s, net wat minder geschikt voor een weblog.
In de kern was dat betoog: lesgeven is een vák, een vak waar een hbo studie aan vooraf moet gaan. De eisen om dat vak te mogen leren zijn pittig – en dat is waarschijnlijk terecht. Kwaliteit gaat misschien ten koste van kwantiteit; vandaar dat lerarentekort.

Om dat lerarentekort enigszins op te vangen mag je – onder voorwaarden – ook onbevoegd voor de klas. Daar zette ik al vraagtekens bij: hoe regel je ‘supervisie van het bevoegd gezag’ als dat bevoegd gezag de directeur is van een koepel met 40 of meer scholen, hoe kan je als docent breed ingezet worden als je alleen in je eigen vakgebied mag lesgeven en hoe gaat die eigen juf of meester een oogje in het zeil houden vanuit zijn of haar bed, want die had immers griep?

Ouders voor de klas (mits de kwaliteit gewaarborgd blijft) leek me kwalitatief en kwantitatief niet haalbaar. De hele rekensom staat in dat andere hoekje dus. Ja, de vákman voor het (beroeps)onderwijs: graag. Vier uur per week maximaal, onbevoegd: dat kan al.

In de aanloop naar de staking van 6 november gaat het nu ook over onderbevoegdheid. Ja, ónder. Dus wel juf of meester zijn, maar niet voor het vak of het niveau. Met PABO lesgeven in het VO, als 2e graads docent lesgeven aan de bovenbouw havo of vwo, als docent Nederlands ook maatschappijleer of ICT geven: dat. ONbevoegd wordt bijgehouden, ONDERbevoegd blijkbaar niet. Wat raar is, want als je als kind het recht hebt op goed onderwijs, moet ook ergens staan wat dat goede onderwijs dan borgt. Je laat de huisarts ten slotte ook niet opereren, hoe goed hij of zij ook als huisarts is. Een schatting (Michelle van Dijk, op Twitter) zegt dat 25% van de leraren op vwo onderbevoegd is, en 25 tot 50% op de havo. Dat is nogal wat zeg.
Wat zou het toch mooi zijn als daar wél gegevens over bijgehouden worden. Via een register ofzo? Opleiding, werkervaring en bevoegdheden. Net als het BIG register: openbaar. Ik kan opzoeken of mijn huisarts ook mag opereren (nee).

Zoiets ook voor leraren? Een lerarenregister? Kunnen ouders dat ook inzien. Zeker nu de open dagen van het VO er weer aankomen: waar kies je voor als ouders? Voor de school waar de leraar natuurkunde ook daarvoor bevoegd is, of voor de school waar de biologie docent dat er maar bij doet? Waar kies je voor: bevoegden of onderbevoegden? Ik zou het wel weten…
Maar dat lerarenregister was alweer afgeschaft. Onder druk van … de leraren.
Soms begrijp ik níets van die groep!