Bussemaker

VerBijstering uit het veld...

(jaja, flauwe woordspeling maar te mooi om te laten liggen. Met Bussemaker kan je niks, als woordspeler&hellipWinking

MBO nieuws: de scholen moeten beter gaan registreren als het gaat om verzuim.

Voor veel MBO instellingen was dit nieuws van november 2016 allang geen nieuws meer; in het kader van de kwalificatieplicht, de boetes en premies op het laten ontstaan c.q. het laten verdwijnen van Voortijdig School Verlaten en de door de gemeentes aangescherpte beleid op jeugdwerkloosheid (een direct gevolg van de maatregelen van het overhevelen van de WW naar de Bijstand), zijn de meeste MBO instellingen in Nederland al jaren bezig met het noteren, volgen, begeleiden en bestraffen van alle jeugd die om welke reden dan ook buiten het schoolbootje dreigt te vallen.

Al net zo lang als we noteren vragen we ons af: “waarom?” Wat schieten we ermee op, om te noteren dat ze er niet zijn? We noteren, maar weten we de achterliggende reden? Doen wij iets fout, zijn onze lessen niet leuk genoeg? Is het mis gegaan in de voorlichting, heeft de leerling de verkeerde keuze gemaakt? Of is het omdat ergens anders steken zijn gevallen? Heeft jeugdzorg, de vooropleiding, de ouders, de vorige school, …, iets laten liggen? Of ontnemen we de leerling gewoon het recht te doen wat de leerling in dit geval graag wil; gewoon gaan werken? Ontnemen we de leerling het recht om een hele goede putjesschepper te worden, alleen omdat we als samenleving trotser worden op alleen mensen met minstens niveau 2 op zak? Ontnemen we de leerling het recht een paar jaar te lamballen en daarna weer aan de slag te gaan? Moeten we meer doen? Meer begeleiden? Meer hulptroepen in de school halen, zoals ambulant begeleiders, leerlingcoaches, ortho-pedagoogels? Naast de ambtenaren van RBL en de sociaal maatschappelijk hulpverleners die we al hebben? Wat doen we fout?

Ik weet het niet. Ik weet alleen mijn eigen frustratie als docent en mentor.

We willen LES geven. We zijn bij een school gaan werken omdat we Kennis willen overdragen. In dat proces willen we bijdragen aan de ontwikkeling van de jong volwassenen, daarom zijn we ook mentor. De ‘papa’ of ‘mama’ van de leerling op school. Soms heten we coach, naast dat docentschap. Vooral bij de sportopleidingen doet die term het goed. Maar dat ZIJN we niet, het is een rol. Een rol van de docent LB. We willen primair doceren. LB, Les Boer. Daarom heten we ook docenten. Geen maatschappelijk werker, niet jeugdzorger, niet schuldhulpverlener, niet een van welke ondersteunende functie dan ook.

En nu moeten we beter gaan registreren. Ik lees het nieuws op Twitter als ik wacht op een leerling voor een mentorgesprekje; hij is medio november totaal precies 6 dagen wel de hele dag op school geweest. Ik ken het ventje. Wiedes. Ik ben zijn mentor, al even. Hij verkoopt vuurwerk. Mist soms dus les, want handel, of detentie. Ik kijk naar de drie kleuren lijst voor me. Rood- ongeoorloofd, oranje – geoorloofd (hij denkt soms aan een briefje voor de ortho of meldt zich ziek) en groen- aanwezig. Bizar weinig.

“Het ligt niet aan de registratie” denk ik, twitter ik.

Volgend lesuur mag ik weer Les Geven.