idskes

Wat doet het weer

Weerbericht

“Wat doet het weer?”
“Het weer? Nou, zonnig, dat zie je toch?”
“Ja, dat zie ik, maar wat gaat het weer doen?”
“De voorspelling? Windguru zei vanochtend 10 knopen aantrekkend naar 14, Windfinder heb ik nog niet bekeken want die heb ik niet op mijn telefoon, en op weeronline, wacht even: ‘zonnig en warm met later op de dag lokaal kans op onweersbuien’.”
“En wat zegt Twitter?”
“Twitter? Geen idee, ik heb niet gezocht op weer.”
“Jij zat toch net Twitter te bekijken?”
“Ja. Zaterdag, dus de column van Youp, en verder gewoon of er in de wereld nog iets is gebeurd. Ik heb geen weerberichten voorbij zien komen, dus mijn hoofd zegt: geen bijzonderheden.”
“Mmm. En Instaweather? Heeft Joost ofzo niet net het weer op Facebook gezet?”
“Instaweather? Dat is toch dat je een foto maakt en dat het appje er onder zet waar je bent en hoe warm het is? Een soort Foursquare maar dan van weerberichten? Waarom wil jij weten waar Joost is en hoe warm of koud hij het heeft?”
“Dat hoef ik ook helemaal niet te weten van Joost, maar ik wil gewoon weten wat het gaat worden vandaag. Nu is het mooi, maar blijft dat zo? We hebben tegenwoordig al die moderne middelen, laten we er gebruik van maken, dan weten we waar we aan toe zijn vandaag.”
“Wat mij betreft weten we dat nu ook al. Het is nu een beetje bewolkt, en het wordt zonnig en warm. Weet je: ik vind het soms helemaal niet meer leuk. Al dat moderne gedoe? Jij navigeert op je iPhone, we hebben windappjes en waterappjes, en appjes waarmee we aan onze vrienden kunnen laten zien dat wij ook mooi of juist lelijk weer hebben, we zijn helemaal onthand als we geen verbinding hebben en we weten met dank aan Buienradar tot op de minuut nauwkeurig niet alleen Dat het gaat regenen, maar ook nog Waar. Wat is er gebeurd met het nemen zoals het komt?”
“Ik neem het toch zoals het komt? Maar Als het komt, dan heb ik het graag zien aankomen. Dat is toch niet raar? Als het KNMI een code rood of oranje afgeeft vanwege onweer of wateroverlast, dan is het toch fijn om dat te weten? Of zit jij liever op het water in windstoten van 100 meter per seconde?”
“Van code oranje vanwege wateroverlast heb je op een boot niet echt last. Maar dan nog. Natuurlijk wil ik ook graag weten wat de voorspelling is, maar als je het niet helemaal weet, zoals nu, wat dan? We weten al dat het aan het einde van de dag kan gaan onweren, het is nu redelijk: dan kunnen we toch weg? Lucht in de gaten houden en indien nodig weer de haven in. Ja toch? Daar hoeven we toch niet het hele internet voor open te trekken?”
“Eigenlijk heb je gelijk. Trossen los dan maar?”
“Ja. Een tel. Ik voelde een druppel. Nog even buienradar checken of ik mijn pak aan moet doen.”



(deze column verscheen eerder in Zeilen. Bezoek ook de website: www.zeilen.nl)






Verzonnen


“Jij schrijft toch die verhaaltjes in Zeilen?”

“Als je die column achterin bedoelt: dat ben ik ja.”

“Waarom schrijf je niet gewoon eerlijk op dat je dat allemaal zelf bent?”

“Omdat ik het niet allemaal zelf ben?”

“Ja, natuurlijk wel. Of je hebt het zelf zo gehoord.”

“Nee? Nee, echt niet. Ik hoor een halve zin en verzin daar een hele column bij. Zo werkt dat bij mij. Ik ben geen journalist, ik ben schrijver. Verhaaltjes verteller.”

“Nah, dat kan niet. Ik geloof er niets van dat je het niet gewoon zo hoort, en het dan alleen maar hoeft op te schrijven. Dat kan je niet zo verzinnen, dat moet je gehoord hebben. ”

“Was het maar waar. Nee hoor, ik hoor iets, een zinnetje, of gewoon algeheel gemopper. Wie uit jouw bootjes-kring loopt niet te zeuren over het onderhoud, wie heeft er niet altijd meer spullen mee naar de boot dan van te voren had bedacht en wie heeft er niet af en toe thuis ruzie over de tijd die in die boot gaat zitten? Dat lijkt me aardig universeel, dus ja, dat maak ik mee. Maar dat maak jij ook mee. Soms is het dan een zinnetje waardoor ik het hele gesprek voor me zie, bijna kan horen, en soms verwerk ik zelfs dat ene zinnetje in een column, maar het meeste is van begin tot eind verzonnen. Of beter: ik zie het voor me, alsof ik het meegemaakt heb, en dan heb ik het weer net even anders beschreven.”

“Ja, dat zeg je nu wel, maar neem nou die column over die man die elk jaar met zijn familie strijd moest hebben over de vakantie. Of dat van dat een jaar bezig zijn met onderhoud. Die van het weer zout ruiken als je Zeeland weer in vaart. Dat heb je toch gewoon zelf meegemaakt?”

“Nee , dat heb ik niet zelf meegemaakt. Ik heb geen ruzie over de invulling van de vakantie, maar ik kan me de bonje thuis wel voorstellen. Dus daar kan ik dan een stukje over schrijven. Dat zout ruiken, ja dat rook ik wel, ooit een keer, maar de discussie over wat je dan precies ruikt is nooit zo gevoerd, en schrijven over onderhoud? Dat is als ik even geen inspiratie heb. Onderhoud, daar heeft iedereen beeld bij. Dat is zo universeel. Koop een boot, werk je dood? ”

“Dus je verzint het allemaal? Alles?”

“Ja. Dikke duim heb ik he?”

“Die man op de Hiswa, die vent in de bouwmarkt, dat zeilen in het Engels, die auto’s vol met spullen voor drie dagen zeilen, die pech met het onderwaterschip: dat is allemaal verzonnen? Alles?”

“Ja. Geïnspireerd door wat ik zie en meemaak, dat wel. Maar de dialogen zoals ik ze opschrijf: allemaal uit mijn duim. Van a tot z aan elkaar gefantaseerd. Niet Echt Gebeurd. Gelogen, zo je wilt.”

“Alles? “

“Alles.”

“Dus als ik dit teruglees in Zeilen…?”

“Dan heb ik dat zojuist verzonnen. Dank je wel trouwens. “

(deze column verscheen in het januarinummer van Zeilen. Kijk ook eens op hun website: www.zeilen.nl)