kuipvoer

afscheidsfeestje

“Volgende week dus. Maandag. Zaterdag nog een etentje met naaste familie, zondag de laatste dingen opruimen, en dan gaat het echt beginnen. De voorspellingen zijn goed, we zouden zo in een keer in de richting van Frankrijk geblazen moeten worden. Golf van Biskaje, om Portugal heen en dan hopen we op tijd in de Azoren te zijn om mee te kunnen varen met de groep naar de Carieb. Ik ben er klaar voor hoor, ik heb er zin in!”

“Want?”

“Hoe bedoel je: ‘want?’?”

“Waarom willen jullie dit nou eigenlijk?”

“Hallo, heb jij ons niet gekend de afgelopen jaren? We zijn nu al vier jaar met de voorbereidingen bezig! Eigenlijk al sinds we de vorige boot verkocht hadden: we hebben toen echt gezocht naar de wereldreisboot. Jij hebt ons nog tips gegeven over waar we op moesten letten met het elektrisch systeem, dat het ook in de tropen moet kunnen blijven draaien. En dan vraag je nu waarom?”

“Ik weet best dat jullie er al heel lang mee bezig zijn. Maar ik weet eigenlijk niet zo goed waarom jullie dit willen. Kijk, hier vanavond, jullie afscheidsfeest: hartstikke leuk hoor, en een volle bak, maar ik vraag me nu eigenlijk gewoon af: weten jullie wel wat jullie achterlaten? Het volleybalteam van Inge, jouw hockeyclub, de mensen van de vereniging: dat is allemaal nog wel te overzien. Maar jouw jongste zus, die is hoogzwanger. Je neefje of je nichtje ga je dus alleen maar via Skype meemaken he, die zie je pas in levende lijve als het al loopt. Die oude man daar, wat is het, een opa, een oom? Beseffen jullie wel dat jullie er waarschijnlijk niet bij zullen zijn als die onder de groene zoden gaat? Jij hebt je moeder nog, wat als ze ziek wordt? Die is tenslotte ook geen twintig meer. Inge heeft haar beide ouders nog, maar ze is wel enig kind: wat als jullie net door het Panamakanaal aan het steken zijn als daar iets mee gebeurt?”

“Er zijn toch vliegtuigen...”

“Ja, natuurlijk zijn er vliegtuigen. Maar het zal niet zo zijn dat je voor elke gebeurtenis hier terug zult komen vliegen. Ten eerste staan er op jullie wereldreisplanning nogal wat gebieden waar je je boot waarschijnlijk niet onbeheerd achter zult willen laten, maar vooral: je zult moeten kiezen. De eerste verjaardag van die kleine die nog geboren moet worden zal je waarschijnlijk aan je voorbij laten gaan. Als opa ziek wordt en binnen een paar dagen gaat, zullen jullie er ook niet bij zijn om de laatste woorden mee te maken, wat ik laatst had, mijn moeder een tia: je vliegt er niet voor terug, maar ik was blij dat ik binnen een half uur in het ziekenhuis was hoor.”

“Ja, als je het zo bekijkt…”

“Zelf weten, maar ik zou er toch nog eens goed over nadenken.”

“Nee. Juist niet. Niet over nadenken. Dan gaan we niet. Dus nee, vooral niet nog eens goed over nadenken. En doe me een lol? Praat jij vanavond even niet met Inge?”




(deze column, die een beetje een ode aan zus en zwager is - zie www.kindofblue.info - verscheen eerst in het meinummer 2013 van Zeilen Magazine. )

zomertje

Kindertjes die vragen worden overgeslagen. Maar ik vind het onderhand het proberen waard...

Ik wil katoenen broeken aan en blote benen. Ik wil mopperend mijn schoenen uitschoppen: te warm. Ik wil klachten van mijn dochter dat haar favo bikini in de was is en klachten van mijn zoon dat er op school geen airco is. Ik wil slapen onder mijn Turkse dekentje, dat eigenlijk niet meer is dan een dik laken, omdat het dekbed echt veel te warm is. Ik wil 's avonds om tien uur nog de tuin gaan sproeien omdat het daarvoor toch meteen verdampt. Ik wil alle ramen tegen elkaar open zetten zodat het een beetje door kan waaien. Ik wil zelfs hollend door het huis om ze allemaal dicht te doen als die ene verlossende onweersbui er eindelijk is. Ik wil barbecuen en salades eten, ik wil tot na middernacht op een terrasje, ik wil blote schouders en zwemmen in het Veerse Meer. Ik wil een flaphoed moeten kopen omdat je de zonnebril nu echt begint te zien, ik wil een hond die niet wil hollen want hij heeft zijn winterjas nog aan, en een kat die te lui is om muizen te vangen. Ik wil muggen doodmeppen en naar hommels kijken. Ik wil taboulet, mojito's en Ambre Solaire.

Het is 1 juni: kan het nou eindelijk eens zomer worden???

rode schoentjes

Op Facebook zet een collega met een klein dochtertje opeens een foto van rode schoentjes. Hee, daar had ik ook ooit een blog over, destijds op Hyves gezet!

Vivienne, deze is voor jou...



Rode schoentjes


Flamencoschoentjes. Brandweerautootjes rood, met zwarte stippen. Een klein teruglopend hakje, een riempje over de wreef met een piepklein gespje om dat riempje vast te zetten. In Spanje in de meeste supermarkten verkrijgbaar vanaf maat 25. De meeste kleine voetjes in die maat kunnen nog niet eens lopen, laat staan de ingewikkelde stappen uitvoeren die een Flamenco eist, maar dat mag de pret niet drukken.

Ik kom bijna jaarlijks een keer in Spanje en sta altijd een keer met die schoentjes in mijn handen. Ze voor mezelf kopen is geen optie. Ik moet schoenen hebben waarmee ik bergen kan beklimmen. Als er onder mijn voeten nog maar iets riekt naar een hak, struikel ik al voor ik ze aan heb. Maar sinds ik zwanger was van mijn oudste had ik dus de hoop dat ik ze ooit voor mijn kind zou kunnen kopen. Nou werd oudste een jongen, dus de drie jaar erna waren de schoentjes veilig voor me. Tot ik zwanger werd van de tweede. Weer stond ik met die piepkleine maar oh zo leuke schoentjes in mijn handen. Weer kocht ik ze niet. Want als het weer een jongen werd, dan had ik toch helemaal niets aan die schoentjes? Toen het een meid bleek te zijn weerhielden verstandige argumenten me van aanschaf. Ze zal ze in Nederland nooit kunnen dragen, ze zijn niet goed voor kleine meisjesvoeten en praktisch zijn ze ook al niet. Ze kan de gespjes niet eens zelf dicht doen.

Dochter is nu zeven. Een echte meid. Niets leuker dan een mooie jurk. Weer zijn we in Spanje. Ze wil een souvenirtje, uiteraard. Als ze aan komt sjouwen met rode flamencoschoentjes kan ik haar wel zoenen, en juichend reken ik af. Als ze haar te klein worden lijst ik ze in.


(bestaat dat Hyves nog, trouwens?)



Wat doet het weer

Weerbericht

“Wat doet het weer?”
“Het weer? Nou, zonnig, dat zie je toch?”
“Ja, dat zie ik, maar wat gaat het weer doen?”
“De voorspelling? Windguru zei vanochtend 10 knopen aantrekkend naar 14, Windfinder heb ik nog niet bekeken want die heb ik niet op mijn telefoon, en op weeronline, wacht even: ‘zonnig en warm met later op de dag lokaal kans op onweersbuien’.”
“En wat zegt Twitter?”
“Twitter? Geen idee, ik heb niet gezocht op weer.”
“Jij zat toch net Twitter te bekijken?”
“Ja. Zaterdag, dus de column van Youp, en verder gewoon of er in de wereld nog iets is gebeurd. Ik heb geen weerberichten voorbij zien komen, dus mijn hoofd zegt: geen bijzonderheden.”
“Mmm. En Instaweather? Heeft Joost ofzo niet net het weer op Facebook gezet?”
“Instaweather? Dat is toch dat je een foto maakt en dat het appje er onder zet waar je bent en hoe warm het is? Een soort Foursquare maar dan van weerberichten? Waarom wil jij weten waar Joost is en hoe warm of koud hij het heeft?”
“Dat hoef ik ook helemaal niet te weten van Joost, maar ik wil gewoon weten wat het gaat worden vandaag. Nu is het mooi, maar blijft dat zo? We hebben tegenwoordig al die moderne middelen, laten we er gebruik van maken, dan weten we waar we aan toe zijn vandaag.”
“Wat mij betreft weten we dat nu ook al. Het is nu een beetje bewolkt, en het wordt zonnig en warm. Weet je: ik vind het soms helemaal niet meer leuk. Al dat moderne gedoe? Jij navigeert op je iPhone, we hebben windappjes en waterappjes, en appjes waarmee we aan onze vrienden kunnen laten zien dat wij ook mooi of juist lelijk weer hebben, we zijn helemaal onthand als we geen verbinding hebben en we weten met dank aan Buienradar tot op de minuut nauwkeurig niet alleen Dat het gaat regenen, maar ook nog Waar. Wat is er gebeurd met het nemen zoals het komt?”
“Ik neem het toch zoals het komt? Maar Als het komt, dan heb ik het graag zien aankomen. Dat is toch niet raar? Als het KNMI een code rood of oranje afgeeft vanwege onweer of wateroverlast, dan is het toch fijn om dat te weten? Of zit jij liever op het water in windstoten van 100 meter per seconde?”
“Van code oranje vanwege wateroverlast heb je op een boot niet echt last. Maar dan nog. Natuurlijk wil ik ook graag weten wat de voorspelling is, maar als je het niet helemaal weet, zoals nu, wat dan? We weten al dat het aan het einde van de dag kan gaan onweren, het is nu redelijk: dan kunnen we toch weg? Lucht in de gaten houden en indien nodig weer de haven in. Ja toch? Daar hoeven we toch niet het hele internet voor open te trekken?”
“Eigenlijk heb je gelijk. Trossen los dan maar?”
“Ja. Een tel. Ik voelde een druppel. Nog even buienradar checken of ik mijn pak aan moet doen.”



(deze column verscheen eerder in Zeilen. Bezoek ook de website: www.zeilen.nl)






Verzonnen


“Jij schrijft toch die verhaaltjes in Zeilen?”

“Als je die column achterin bedoelt: dat ben ik ja.”

“Waarom schrijf je niet gewoon eerlijk op dat je dat allemaal zelf bent?”

“Omdat ik het niet allemaal zelf ben?”

“Ja, natuurlijk wel. Of je hebt het zelf zo gehoord.”

“Nee? Nee, echt niet. Ik hoor een halve zin en verzin daar een hele column bij. Zo werkt dat bij mij. Ik ben geen journalist, ik ben schrijver. Verhaaltjes verteller.”

“Nah, dat kan niet. Ik geloof er niets van dat je het niet gewoon zo hoort, en het dan alleen maar hoeft op te schrijven. Dat kan je niet zo verzinnen, dat moet je gehoord hebben. ”

“Was het maar waar. Nee hoor, ik hoor iets, een zinnetje, of gewoon algeheel gemopper. Wie uit jouw bootjes-kring loopt niet te zeuren over het onderhoud, wie heeft er niet altijd meer spullen mee naar de boot dan van te voren had bedacht en wie heeft er niet af en toe thuis ruzie over de tijd die in die boot gaat zitten? Dat lijkt me aardig universeel, dus ja, dat maak ik mee. Maar dat maak jij ook mee. Soms is het dan een zinnetje waardoor ik het hele gesprek voor me zie, bijna kan horen, en soms verwerk ik zelfs dat ene zinnetje in een column, maar het meeste is van begin tot eind verzonnen. Of beter: ik zie het voor me, alsof ik het meegemaakt heb, en dan heb ik het weer net even anders beschreven.”

“Ja, dat zeg je nu wel, maar neem nou die column over die man die elk jaar met zijn familie strijd moest hebben over de vakantie. Of dat van dat een jaar bezig zijn met onderhoud. Die van het weer zout ruiken als je Zeeland weer in vaart. Dat heb je toch gewoon zelf meegemaakt?”

“Nee , dat heb ik niet zelf meegemaakt. Ik heb geen ruzie over de invulling van de vakantie, maar ik kan me de bonje thuis wel voorstellen. Dus daar kan ik dan een stukje over schrijven. Dat zout ruiken, ja dat rook ik wel, ooit een keer, maar de discussie over wat je dan precies ruikt is nooit zo gevoerd, en schrijven over onderhoud? Dat is als ik even geen inspiratie heb. Onderhoud, daar heeft iedereen beeld bij. Dat is zo universeel. Koop een boot, werk je dood? ”

“Dus je verzint het allemaal? Alles?”

“Ja. Dikke duim heb ik he?”

“Die man op de Hiswa, die vent in de bouwmarkt, dat zeilen in het Engels, die auto’s vol met spullen voor drie dagen zeilen, die pech met het onderwaterschip: dat is allemaal verzonnen? Alles?”

“Ja. Geïnspireerd door wat ik zie en meemaak, dat wel. Maar de dialogen zoals ik ze opschrijf: allemaal uit mijn duim. Van a tot z aan elkaar gefantaseerd. Niet Echt Gebeurd. Gelogen, zo je wilt.”

“Alles? “

“Alles.”

“Dus als ik dit teruglees in Zeilen…?”

“Dan heb ik dat zojuist verzonnen. Dank je wel trouwens. “

(deze column verscheen in het januarinummer van Zeilen. Kijk ook eens op hun website: www.zeilen.nl)

Kofferbakverkoop


“Wat een super idee van dit bestuur, een kofferbakverkoop. Vind je ook niet?”

“Joh, ik kom net aan, ik wist helemaal niet dat dat vandaag was. Ik vroeg me al af waar al die auto’s vandaan kwamen. Maar ik begrijp dat dit door de club georganiseerd is? Iedereen zijn oude spullen in de kofferbak, parkeerplaats open en handelen maar? Slim! Ik ga zeker zo even een rondje doen. Je weet maar nooit wat een ander van boord gooit waar ik wat mee kan. Ik wil een wat zwaarder anker, wie weet.”

“Dan moet je daar straks even gaan kijken, bij die zwarte stationwagen daar. Die heeft een mooi Bruce-anker liggen. Vroeg hij 25 euro voor, maar een beetje handelen en je hebt hem voor 15 denk ik. Ik ben hier al sinds acht uur vanochtend. Ik heb letterlijk alles en iedereen al gezien. En het mooiste overal al tussen uit gevist hoor!”

“Acht uur? Waarom zo vroeg?”

“Nou, het zou vanaf negen uur zijn, dus ik dacht: ik ga vroeg, dan weet ik zeker dat ik niks mis. Iedereen die aankwam kon ik zo’n beetje opvangen, want dat kwam allemaal gespreid aan. Ik heb al van alles gevonden waar ik wat mee kan. Hier, een ledlichtje voor boven de kaartentafel, vijf euri, die vent begon met een tientje, maar een beetje handelen en toen had ik hem voor vijf. Een impeller die iemand in de verkeerde maat had gekocht en nooit terug gebracht, voor de helft van de nieuwprijs, een set bekers, hetzelfde patroontje hebben we al aan boord, als nieuw, maar voor een fractie, kaarten van de Wadden: Johan verkocht zijn set van vorig jaar want die gaat de komende vier jaar naar Engeland, scheelt ook weer een flink bedrag op de nieuwprijs en hier, het pronkstuk van de dag: een hele doos met allemaal kabelschoentjes, allerlei maten!”

“Wat ga je daar nou weer mee doen dan? Je hebt je hele draadboom twee jaar geleden toch al vervangen?”

“Ja, en ik heb me toen arm gekocht aan al die zooi. Nu had ik een hele doos, met alles wat ik maar zou kunnen willen, voor twee eurotjes!”

“Dat is inderdaad geen geld, twee euro. Maar wat ga je er dan mee doen? Die dingen heb je dan toch nu helemaal niet meer nodig, als je alles twee jaar geleden al vervangen hebt? Of doe je het uit hobby om het jaar ofzo?”

“Man, weet je hoeveel werk dat is? En hoe rottig je overal bij kan? En dan alles ook weer netjes wegwerken, achter de betimmering, onder de vloer, ik ben er toen de hele winter mee zoet geweest!”

“Ja daarom zeg ik het dus. Waarom heb je die dingen gekocht dan?”

“Ja. Nou je het zegt. Altijd handig?”

“Suus ziet je aankomen. Je hebt al een hele schuur vol met ‘altijd handig’… Ik ben deze winter bezig met mijn elektra, ik wil ze wel van je overnemen? Eurotje?”

“Ik heb er net twee voor betaald!”

“Tja. Beetje handelen he. ”

(deze column verscheen ook in het maart nummer van Zeilen Magazine. Zoek hen op op Facebook, Twitter of nu, op de HISWA!)