Scalda

staken

Het is 13 november, het sinterklaasjournaal is al weer twee dagen bezig en ik heb me nog niet laten verleiden tot een zwarte-pieten-discussie. Het past op geen enkele manier binnen mijn lessen en dat vind ik tegelijkertijd jammer en goed. Jammer omdat het een stuk denken, leren denken, argumenteren, luisteren en reageren is wat ik best eens met mijn klasje zou willen oefenen.
Goed omdat ik zelf nogal een mening heb in deze. Dus: het is jammer en goed. Vooral jammer. Bummer.

Het is ook 13 november en morgen wordt er gestaakt. Tegen Jet, en ik neem het verre van persoonlijk. “You ain’t seen nothing …Jet” is in deze geen spelfout maar de slogan van een heus studentenprotest tegen het (al aangenomen) wetsvoorstel om de basisbeurs om te zetten in een lening (‘studievoorschot&rsquoWinking voor alle HBO-ers vanaf komend schooljaar.

Deetman. Ritzen. Hermans. Van der Hoeven. Plasterk. Van Bijsterveld.

Over Deetman zei Youp van ’t Hek ooit: “als iemand je Deetman noemt, dan mag je naar de rechter. Wegens belediging. Erger kan je iemand niet treffen dan met ‘wat ben jij een Deetman zeg’.

Ritzen. OV ritzen. ‘Ritzel jij dat even’, zeiden we toen. Wie heeft toen dat ei op hem gegooid? Die jongen verdient alsnog een standbeeld.
Hermans: die zat er zeker kort want ik heb hem niet onthouden. Of hij was er net in die paar jaar dat ik zelf niks met onderwijs te maken had. Ergens tussen mijn eigen afstuderen en de baan in het onderwijs. Kort dus.

Van der Hoeven, ach gut, Maria. Ze bedoelde het heus goed, maar er kwam niks van. Dus moest de bezem van Plasterk komen. Die zijn hoed nog eens recht zette en ook niks deed. Dus daarna daadkracht: Marja. Verbijsterveld noemde ik haar, want haar visie op onderwijs liet velen meer dan verbijsterd achter. En nu dus Jet. Bussemaker. Die vindt dat studenten ‘best wel’ mogen bijdragen aan hun eigen studie.

Ik ga geen pleidooi houden voor of tegen het leenstelsel. Of, want dat is het, als je de studenten raakt, indirect ook: over het hele stelsel van sociale zekerheid, sociaal vangnet, solidariteit. Ik ga mezelf er niet toe verleiden want ik weet van mezelf dat ik op kan treden als advocaat van beide duivels. Zo ben ik opgevoed. Hoor en wederhoor, rechten en plichten.

Morgen wordt er gestaakt. Er is een tweede klas die al een week geleden via de mail aan de mentor heeft gevraagd hoe de school om zal gaan met afwezigheid wegens staken. Die de individuele docenten heeft gevraagd wat er gedaan wordt met schriftelijke overhoringen die dag – die ze dus missen, en die wel meetellen. Die zelfs voorzichtig geopperd heeft of onze MBO instelling (Met Veel Leerlingen Die Door Willen Naar HBO) niet een busje in kan zetten.

Er zijn diverse eerste klassen die in de lift wat gehoord hebben en die dachten: ‘he, een mogelijkheid tot een vrije dag!’ Leerlingen waarvan ik het verlofbriefje met als reden ‘staken’ getekend heb. Omdat ik geloof in een maatschappij waarin je het recht hebt om voor je mening op te komen. Het is niet aan mij jouw redenen in twijfel te trekken. Ook al twijfel ik als je invult dat je gaat ‘staken voor onderwijs’: het is niet aan mij om een oordeel te vellen. Oordelen doe ik al vaak genoeg: eens per acht weken, met een toets, dan ben ik rechter. Niet als je wilt staken. Dat bespreek je thuis, die mening vorm je in de groep met je gelijken, die norm leg je jezelf op, aan de hand van de waarden die je van thuis hebt mee gekregen; door gesprekken aan tafel, door het kijken van nieuws, lidmaatschap van bonden en bondjes, doordat je Loesje volgt op Twitter of JOB op Instagram. Jouw normen, jouw waarden, en die zijn van jou. Niet van mij, ik mag je de mijne niet opleggen of zelfs maar proberen ze te beïnvloeden. Dat is niet aan mij. JIJ, als 16-plusser, hebt een aantal rechten. Het recht op onderwijs. Vrijheid van meningsuiting. En nog zo wat. Ik mag er van uit gaan dat je daar mee om kan gaan?

Ik ga ze het recht tot staken niet ontzeggen. Ik hoop wel dat ze onze democratie, met alle rechten, en plichten, waarderen. Dat is aan de opvoeding, om dat moreel besef mee te geven. IK geef morgen gewoon les. Ja, ook aan twee leerlingen. Ik heb daarvoor ooit gestaakt: op een recht op goed onderwijs. Tegen Deetman, Ritzen, of weet ik veel wie. Tegen afbraak van onderwijs. Ik had toen dat recht, en ik heb toen dat recht gebruikt. Best imposant, dat Malieveld.

Jongens, meisjes: misbruik je rechten niet. Gebruik ze. Dat is je recht. Misbruik wordt gestraft. In dit geval: in de volgende toets. Die gaat, geheel volgens lesplanning, over normen en waarden. Toeval bestaat niet…

inspectie

(Ik ben momenteel met twee boeken bezig. De een heeft als werktitel 'de oorlogsjaren' en nee, ik ben nog geen vijf jaar bezig, dus ik heb nog even. Toch? De ander heeft als werktitel '13 weken vakantie per jaar' en gaat over het (mijn) leven in onderwijsland. Dit schreef ik vandaag, vrijdag 27-3-2015)



Week 14 – Inspectie



‘De inspectie van het onderwijs’. In onderwijsland kortweg ‘de inspectie’ genoemd en ik heb een aantal collega’s die in dienst hebben gezeten en die een treffende vergelijking kunnen maken met een feodale korpscommandant die met een witte handschoen over de bovenkanten van kasten en over plinten heen ging om te kijken of er nog ergens stof lag. Kortom: ‘de inspectie’ op bezoek; het is enige reden tot stress.

In mijn eerdere leven heb ik ook te maken gehad met inspecties en dan wist je: tijd om je terrein te vegen, je vuilnisbakken te legen en je net wat beter voor te doen dan je in werkelijkheid bent. Dus opruimen die voorraadkast want je weet nooit of die open gemaakt gaat worden. Net zoals we allemaal een beetje nerveus worden als we een ‘fuik’ van de politie zien staan; ook al hebben we niets gedronken en zijn onze eigendomspapieren en rijbewijs heus in orde: controle zorgt voor stress. Hoe zeker je ook bent van je zaak: het blijft een beetje of je schoonmoeder komt eten. Dat is een menselijke reactie en er is ook niks mis mee. Maar…

We hadden deze week de inspectie op bezoek. In tegenstelling tot een politiefuik kondigt de inspectie haar bezoek aan, en kan je je er dus op voorbereiden. Maar ja, wat moet je voorbereiden? Gaan ze vragen naar je rijbewijs (in mijn tas, nee, geen tas gewisseld deze week, dus het ligt niet per ongeluk thuis, in die andere tas), naar je autopapieren (in het dashboardkastje, jahaaa, ik weet dat dat niet verstandig is, maar ik wil een handtas, geen big shopper), of gaan ze controleren op dingen waar je zelf ook geen verstand van hebt? Bandenspanning? Oliepeil? Katalysatorwaarden? (Wat? Katalysatorwaarden. Ja, dat doen ze soms. Ik weet ook niet wat het is. Maar de boete is fors.)

Deze inspectie zou eerst een les komen bezoeken, daarna praten met leerlingen en docenten, (los van elkaar, heel eng, wat gaan die kabouters zeggen?) daarna met allerlei functionarissen, en aan het einde van de dag zouden ze ons hun eerste indruk van hun salomonsoordeel al kunnen geven. Ok. Dat kan…

Die les bezoeken: ze hadden bedacht dat ze dat het eerste uur zouden doen. Een uur dat de betreffende klas normaal geen les heeft! Maar een roosterwijziging er tegen aan gegooid, het achtste naar het eerste en we zijn er klaar voor. Nu maar hopen dat de klas het ook ziet. En welke les hebben ze dan?

Marketing. Ik was de klos. Ze zouden in mijn les komen. Ik ga nu niet liegen en zeggen dat ik al mijn lessen 100% voorbereid. Dat deed ik toen ik net begon als docent, toen stond ik voor de spiegel mijn les op te nemen met een timer en raakte ik in paniek als ik voor een les van 50 minuten maar 30 minuten tekst bleek te hebben. Dat is voorbij; inmiddels weet ik dat ik op interactie van de klas kan rekenen, dat 30 minuten dus heel gemakkelijk naar 50 kunnen groeien en dat niet in elke 50 minuten verschillende werkvormen naar boven kunnen komen. Soms heb ik iets wat frontaal moet- in mijn ogen dan- en soms kunnen we met samenwerken meer bereiken. Soms is een ‘tooltje’ waarmee je een les interactief maakt nuttig (met een ‘device’; oftewel; ze mogen met hun telefoon spelen), soms ook niet. Soms zijn mijn lessen leuk, en soms saai. Het is net het echte leven?

Deze les stonden de leerlingen om te beginnen voor het verkeerde lokaal. Tja, roosterwijziging. Ze waren er, dat vond ik al een plus, maar dat werd niet meegerekend. ‘De inspectie’ merkte (terecht) op dat niet de hele onderwijstijd benut werd. Gee. Ik ‘activeerde de voorkennis’ door te zeggen waar we het de vorige keer over gehad hadden, en ik vroeg naar het huiswerk. Ze moesten iets meenemen wat betrekking had op een prijs die ze verbaasde. Een leerling kwam met een bonnetje van een aangetekende brief (“waarom moet het zo duur zijn als de postbode aan moet bellen?&rdquoWinking een ander met een pakje kauwgum waar hij meer dan twee euro voor had betaald. Kortom; ze waren echt zo zoet als suiker. Wat een voorbeeldige leerlingen. Wakker EN meedoen. Heerlijk. De enkeling die te laat kwam begroette ik bij naam (“Goedemorgen Klaas, kom binnen, fijn dat je er ook bent&rdquoWinking maar omdat het geen ‘lastig gedrag’ was dat er af en toe eentje te laat kwam besteedde ik er verder geen aandacht aan. Ze kwamen te laat, maar gingen zitten en deden mee. Niet lastig, geen aandacht aan besteden. Dat was een andere cursus. Later bleek dat ‘de inspectie’ hierover gevallen was. Tsss.

Na het bonnetje van de aangetekende brief, de kauwgum en het rekenmachientje van negenentachtig cent (“hoe kan het?- hele kleine vingertjes&rdquoWinking wilde ik de voorbeelden al afronden toen er nog een artikel was wat verbaasde over prijs. Tim, altijd op het randje zoekend naar grappen waar hij wel en waar hij niet mee weg komt, hield provocerend een condoom omhoog. “Mevrouw, hoe kan het dat Durex echt vijf keer zo duur is als het eigen merk van Kruidvat?”

Het is nog geen negen uur ’s ochtends en we hebben het over condooms. Nog gedetailleerder: het is nog geen negen uur ’s ochtends, DE INSPECTIE ZIT BIJ DE LES en we hebben het over condooms. Ik kreeg het een beetje warm. Dit had op geen enkele manier in mijn voorbereiding gezeten? De vraag van Tim roept vervolgens een vervolgvraag op; waarom zitten condooms niet in de zorgverzekering en de pil wel? (Ik weet het niet.) Maar de discussie die volgt vind ik hilarisch. Dingen als ‘keuzes maken’ en ‘baas in eigen buik’ komen voorbij. Argumenten als ‘een soa krijg je voor de lol, een zwangerschap niet’, en een welgemeend ‘het is niet echt NODIG he, een condoom’. Als een derde leerling vervolgens met een uitgestreken smoel vertelt dat je, indien je wisselt van zorgverzekering, je gratis zoveel condooms kan krijgen als je nodig denkt te hebben, en een volgende daar weer op reageert met ‘je gaat toch niet van zorgverzekering wisselen omdat je goedkoop wil neuken?!?’, dan heb ik het niet meer. Het is nog geen negen uur, er zitten twee bloedserieuze dames van ‘de inspectie’ bij me in de klas; het onderwerp is Durex, en ik denk alleen maar 'wat denken die dames' en ik kan niet meer stoppen met lachen. Ik moet even het lokaal uit want de tranen in mijn ogen en de snot in mijn neus: dat past niet in mijn vest en een zakdoekje zit niet in mijn tas. Ik moet even naar de wc.

“Gebeurt dat vaker?” schijnt ‘de inspectie’ te hebben gevraagd terwijl ik, de tranen van het lachen over mijn wangen rollend, even weg liep.

Beste politie, als u mij aanhoudt: ja, ik HEB een rijbewijs, mijn autopapieren ZIJN in orde, en ik weet niet wat mijn katalysator doet, maar de garage zegt dat het goed zit. Ik lach u niet uit. Ik denk aan Durex.

SM - meesteres

De afgelopen maanden heb ik een opleiding gevolgd: nationaal (social) media coach. Om mijn collega’s op de hoogte te houden stuurde ik wekelijks een verslagje. ‘Kedeng kedeng berichten’ noemde iemand ze, want ik schreef ze in de trein. Want alles wat ‘lekker centraal in het land’ georganiseerd wordt, betekent voor een Zeeuw dik twee uur reizen…

In het onderwijs loopt je mailbox altijd belachelijk snel vol. Nieuwsbrieven, mails van leerlingen, collega’s en ouders, en alles gaat in dertigvoud in cc, want niemand mag iets missen. Als je dan met je verslagje nog een beetje op wil vallen, en gelezen wil worden (en diep in mij huist een schrijfster, en schrijfsters willen gelezen worden), dan moet je zorgen voor pakkende titels. Aanklikken is de eerste stap naar verder lezen, dus ik had een uitdaging.

Dus week 1 was de onderwerpregel ‘SM’. Even checken hoe dirty de minds inderdaad zijn op de donderdagochtend. En dan gortdroog uit gaan leggen wat een media coach nou precies is, kan en kent. Zoete wraak.

Week 2 was het opeens, in het vroege voorjaar, onverwacht een paar dagen mooi weer. ‘Gekleurd’ was dus de titel, en daarin riep ik onder andere iedereen op om eens te kijken naar het nieuws door andere ogen. Het is echt bizar hoe anders een zender als Russia Today naar het wereldnieuws kijkt.

Week 3 begon met een citaat. Over de jeugd van tegenwoordig.

‘De jeugd houdt tegenwoordig van luxe.
Ze heeft slechte manieren,
veracht alle gezag,
heeft geen respect,
en praat als ze zou moeten werken.’
Ik zag mensen al instemmend knikken achter hun laptop. Het is me wat, met die WIFI generatie waaraan we les moeten geven… Altijd online, in zichzelf, of beter, in hun device, gekeerd, waarmee ze ook nog eens duizend keer sneller en handiger zijn dan wij, poepoe… Dat het citaat van Socrates was, die leefde van 469 tot 399 voor Christus, die hadden ze waarschijnlijk niet aan zien komen.

Week 4 was mijn inspiratie even op. Misschien hielp het ook dat het op school meivakantie was, maar in de opleiding niet? Plus dat ons, als professionals werd uitgelegd dat wij niet de experts zijn. Eigenlijk moeten we aan de jongeren vragen: leg ons eens uit…? ‘Leg dat maar eens uit’ was dus de titel. Want ik ging die keer met meer vragen dan antwoorden weg uit Utrecht.

Week 5 was weer vertrouwd terrein. Money makes the web go round; over commercie op het internet. Tja, als docent marketing en ondernemen hoorde ik niet zoveel nieuws. “If you are not paying, you are the merchandise”, dat wist ik al. Want hoe kan een Feestboek anders bestaan?

‘Ouderavond’ was de titel de zesde week. Haha, ik zag ze schrikken. Een extra ouderavond? Natuurlijk was dat niet het geval. Wel ging het over hoe je ouders betrekt bij het net, en bij de activiteiten van hun kinderen op dat net. De week erna was ik op vertrouwd terrein, want MMORPG is hier in huis dagelijkse kost. Massive Multiplayer Online Role Playing Games; mijn puber doet niet anders. En nee, ik vind dat niet erg. Ik vraag gewoon aan tafel eerst hoe het op school was, en daarna hoe het op het internet was. En ja hoor, hij leest ook, maakt u zich niet ongerust.

‘Back to the future’ was natuurlijk een mooie titel voor het blog over de futuroloog, en ontaarde in een discussie wanneer Marty McFly nou precies de toekomst ontmoette. Was dat vorig jaar, of is het dit jaar pas? (PAS????!!!??? ) Een heerlijke bijeenkomst met alleen maar vragen en fantasie: welke banen verdwijnen? Welke ontstaan? Geld of de bitcoin? Robotisering? De twee-urige werkweek? Alles kan, dat dacht George Orwell ook al toen hij 1984 schreef. 1984: toen was ik 13… Waar is mijn 'toekomst' gebleven?

De laatste inhoudelijke bijeenkomst ging over transmedia storytelling. Een erg ingewikkelde term voor het afstemmen van je communicatie via alle kanalen die je maar kan verzinnen, en over hoe je allerlei partijen kan verleiden tot het betrokken zijn bij jou als organisatie. Wat doet je vader? Was de titel, want denk eens aan het potentieel aan gastsprekers die we in huis hebben? En mijn teamleider weet nu ook dat mijn vader loodgieter was, want zo’n vraag komt dus meteen bij je terug, daar kan je op wachten…

Zes weken geleden heb ik het te schrijven beleidsstuk ingeleverd en een maand geleden was het examen. Een lamme hand, want het is allemaal schrijfwerk, drie uur lang, maar blijkbaar goed, want ik hoorde vandaag dat ik mezelf nu Nationaal Media Coach mag noemen. Hoewel… een collega reageerde met ‘oh, dus je bent nu SM-meesteres?’ Ehmm…

Tandvlees

Opeens begon het, op maandagmiddag. Kiespijn. En niet een beetje, gewoon echt serieus.

Net als de meeste mensen van mijn leeftijd is het gebit een heikel punt. Onze ouders lieten begin veertig gewoon alles trekken en namen fijn een kunstgebit, maar wij zijn moderne veertigers en we willen dus zo lang mogelijk onze eigen tanden en kiezen houden. Dus we poetsen met whitening tandpasta (want de andere optie; stoppen met thee, koffie, roken en drinken is eigenlijk geen optie, toch? ) en als we er aan denken volgen we het advies van de mondhygiëniste op en flossen, stoken en spoelen we. Ik geloof niet dat mijn ouders ooit bij een mondhygiëniste geweest zijn en mijn opa en oma zeker niet, maar elke veertiger heeft een narrig stemmetje in zijn of haar achterhoofd; die afspraak is echt long overdue, dat moet nu echt even…

Wij zijn echter ook de generatie van de schooltandarts. Die omgebouwde bus die het schoolplein op kwam rijden. Die beul die daarin zat. Die nog nooit van verdoving gehoord had en complete klassen moest doen tussen half negen en half twaalf. Tot mijn twaalfde heb ik blijkbaar drie gaatjes gecreëerd in mijn kiezen, alle drie met donkergrijze amalgaan gevuld door de schooltandarts. Wat was ik bang van die man. Mijn beide pubers snoepen echt niet minder dan ik toen deed, en poetsen ook niet beter, maar hebben beiden nooit ook maar een gaatje gehad. Ik denk wel eens dat die schooltandarts mijn gaatjes verzonnen heeft. Dat hij af mocht rekenen per gaatje. Want laten we wel zijn: drie gaatjes tussen zes en twaalf, en dan pas weer een met 37? Het riekt.

Bij de mondhygiëniste voel ik echter hetzelfde als bij de schooltandarts. Ik heb niet goed gepoetst. Ik krijg straf. Terwijl ik echt twee keer per dag poets. Ok, niet elke dag flos. Een paar keer per week. En ragen ook niet elke dag. Of stoken; af en toe. Maar het is toch goed? Wit?

“Je hebt parodontitis” zei ze de laatste keer. Meer dan een half jaar geleden. Jaja, long overdue.

Optrekkend tandvlees. Dat gebeurt na je veertigste. Alles gaat hangen, behalve je tandvlees, dat trekt op. Met een zorgelijk gezicht liet ze me zien dat er ruimte zit tussen tandvlees en wortel. Dat mijn wortels nog maar een paar millimeter in mijn kaakbeen zitten. Wat ik er aan kon doen? Nou, niks. Tandvlees trek je blijkbaar niet zomaar meer naar beneden. Dus schoon houden, zorgen dat er geen restjes tussen dat tandvlees en de wortels kan gaan zitten, wat dan weer gaat rotten en de boel van binnenuit verstiert.

Dus ik heb alle hulpmiddelen in huis. Die ik vervolgens volkomen negeer. Twee keer per dag poetsen, dat moet maar genoeg zijn. Afgelopen jaar beet ik in een broodje kroket en brak ik een kies. Dat was de laatste almagaanvulling die mijn tandarts, met veel verdoving en zalvende woorden, heeft vervangen voor een witte vulling. Na de schooltandarts heb ik een bange mensen tandarts gekozen. Wat een schat, die man. Indien nodig verdooft hij je al in de wachtkamer.

Maar maandagmiddag begon het opeens. Kiespijn. Alsof er wat klem zit tussen kies en kaakbeen. Kauwen doet pijn. Maar ik weet inmiddels ook dat het ten dele psychosomatisch is. Ik begin de uitdrukking ‘op je tandvlees lopen’ steeds beter te begrijpen. Als ik moe ben, het beu ben, slaap tekort heb, dan merk ik dat aan mijn gebit. Omdat ik mijn gebit dan ook verwaarloos: dan ga ik ook wel eens naar bed zonder te poetsen, of pak ik ’s ochtends niet de volle vijf minuten poetsen en raffel het af. De Tandenfee straft onmiddellijk. Jij niet goed voor jezelf zorgen? Poef! Pijn!

Het is de laatste week. Nog even. Heel even. Het is nu dagen tellen. Nog drie vergaderingen, twee sub overleggen, een diplomering, een teamuitje. En dan is het klaar voor dit jaar. Klaar. Zes weken zomervakantie. Zes weken. Zes weken waarin ik elke dag zal ragen, flossen, drie keer per dag poetsen zelfs, ok? Tandenfee? Ok? Hebben we een deal? Mag die kiespijn nu weg?

ethiek

In het blog van onze CVB-er lees ik dat hij zich afvraagt hoe we met ethische vraagstukken omgaan. Een pak papier mee naar huis nemen als docent, omdat je thuis nog wat wil printen voor je leerlingen, mag en kan dat?

Ik lees het als een soort pauzenummertje in de hectische laatste weken. Ik kom net uit een vergadering over de teamtaken, en moet nog een studiewijzer schrijven. Om mijn (flex)werkplek heen wordt druk opgeruimd: er wordt een kantoorruimte omgetoverd tot klaslokaal deze zomer, en alle kasten moeten leeg. Van de opbrengst van het oud papier kunnen we vermoedelijk met zijn allen uit eten, (maar dat mag niet van de ethiekpolitie, dus het gaat op de grote hoop) maar er komen ook veel andere dingen uit de kasten. Insteekhoesjes. Toetspapier. Mappen, al dan niet gevuld met nog meer insteekhoesjes. Oude spullen: floppy discs; lesmateriaal uit vervlogen tijden. Weggevertjes van voorbije open dagen. Hier en daar staan er zelfs nog oude logo’s op. Nog meer insteekhoesjes. En spúllen. Lege verpakkingen die gebruikt worden voor lessen; ook dit hoort bij de P van Product. Twee paar oude gympen: ook lesmateriaal. Welke zijn de echte en welke de neppers? Een monopolyspel; daar is ooit boekhouden mee uitgelegd.

Persoonlijke zaken: een paar geluidsboxjes, een tas, een lampje met kerstlichtjes, een pot waar drop in heeft gezeten (heel even maar), bolletjes wol, gebruikt voor mentorlessen, inpakpapier van de cursus inpakken.

In het bakje voor me liggen de 22 pennen aan een koordje klaar die ik als eindejaarcadeautje mee ga geven aan mijn leerlingen. Volgens een bekende internetmeme ga je dood als je je pen verliest; het is mijn grapje voor mijn mentorklasje. Gisteren gehaald bij de Action. Voor dat soort dingen is geen budget, dus ik koop dat zelf maar.

Ik vraag me af hoe de CVB-er daar over denkt….