vakantie

ethiek

In het blog van onze CVB-er lees ik dat hij zich afvraagt hoe we met ethische vraagstukken omgaan. Een pak papier mee naar huis nemen als docent, omdat je thuis nog wat wil printen voor je leerlingen, mag en kan dat?

Ik lees het als een soort pauzenummertje in de hectische laatste weken. Ik kom net uit een vergadering over de teamtaken, en moet nog een studiewijzer schrijven. Om mijn (flex)werkplek heen wordt druk opgeruimd: er wordt een kantoorruimte omgetoverd tot klaslokaal deze zomer, en alle kasten moeten leeg. Van de opbrengst van het oud papier kunnen we vermoedelijk met zijn allen uit eten, (maar dat mag niet van de ethiekpolitie, dus het gaat op de grote hoop) maar er komen ook veel andere dingen uit de kasten. Insteekhoesjes. Toetspapier. Mappen, al dan niet gevuld met nog meer insteekhoesjes. Oude spullen: floppy discs; lesmateriaal uit vervlogen tijden. Weggevertjes van voorbije open dagen. Hier en daar staan er zelfs nog oude logo’s op. Nog meer insteekhoesjes. En spúllen. Lege verpakkingen die gebruikt worden voor lessen; ook dit hoort bij de P van Product. Twee paar oude gympen: ook lesmateriaal. Welke zijn de echte en welke de neppers? Een monopolyspel; daar is ooit boekhouden mee uitgelegd.

Persoonlijke zaken: een paar geluidsboxjes, een tas, een lampje met kerstlichtjes, een pot waar drop in heeft gezeten (heel even maar), bolletjes wol, gebruikt voor mentorlessen, inpakpapier van de cursus inpakken.

In het bakje voor me liggen de 22 pennen aan een koordje klaar die ik als eindejaarcadeautje mee ga geven aan mijn leerlingen. Volgens een bekende internetmeme ga je dood als je je pen verliest; het is mijn grapje voor mijn mentorklasje. Gisteren gehaald bij de Action. Voor dat soort dingen is geen budget, dus ik koop dat zelf maar.

Ik vraag me af hoe de CVB-er daar over denkt….

VerBijstering uit het veld...

(jaja, flauwe woordspeling maar te mooi om te laten liggen. Met Bussemaker kan je niks, als woordspeler&hellipWinking

MBO nieuws: de scholen moeten beter gaan registreren als het gaat om verzuim.

Voor veel MBO instellingen was dit nieuws van november 2016 allang geen nieuws meer; in het kader van de kwalificatieplicht, de boetes en premies op het laten ontstaan c.q. het laten verdwijnen van Voortijdig School Verlaten en de door de gemeentes aangescherpte beleid op jeugdwerkloosheid (een direct gevolg van de maatregelen van het overhevelen van de WW naar de Bijstand), zijn de meeste MBO instellingen in Nederland al jaren bezig met het noteren, volgen, begeleiden en bestraffen van alle jeugd die om welke reden dan ook buiten het schoolbootje dreigt te vallen.

Al net zo lang als we noteren vragen we ons af: “waarom?” Wat schieten we ermee op, om te noteren dat ze er niet zijn? We noteren, maar weten we de achterliggende reden? Doen wij iets fout, zijn onze lessen niet leuk genoeg? Is het mis gegaan in de voorlichting, heeft de leerling de verkeerde keuze gemaakt? Of is het omdat ergens anders steken zijn gevallen? Heeft jeugdzorg, de vooropleiding, de ouders, de vorige school, …, iets laten liggen? Of ontnemen we de leerling gewoon het recht te doen wat de leerling in dit geval graag wil; gewoon gaan werken? Ontnemen we de leerling het recht om een hele goede putjesschepper te worden, alleen omdat we als samenleving trotser worden op alleen mensen met minstens niveau 2 op zak? Ontnemen we de leerling het recht een paar jaar te lamballen en daarna weer aan de slag te gaan? Moeten we meer doen? Meer begeleiden? Meer hulptroepen in de school halen, zoals ambulant begeleiders, leerlingcoaches, ortho-pedagoogels? Naast de ambtenaren van RBL en de sociaal maatschappelijk hulpverleners die we al hebben? Wat doen we fout?

Ik weet het niet. Ik weet alleen mijn eigen frustratie als docent en mentor.

We willen LES geven. We zijn bij een school gaan werken omdat we Kennis willen overdragen. In dat proces willen we bijdragen aan de ontwikkeling van de jong volwassenen, daarom zijn we ook mentor. De ‘papa’ of ‘mama’ van de leerling op school. Soms heten we coach, naast dat docentschap. Vooral bij de sportopleidingen doet die term het goed. Maar dat ZIJN we niet, het is een rol. Een rol van de docent LB. We willen primair doceren. LB, Les Boer. Daarom heten we ook docenten. Geen maatschappelijk werker, niet jeugdzorger, niet schuldhulpverlener, niet een van welke ondersteunende functie dan ook.

En nu moeten we beter gaan registreren. Ik lees het nieuws op Twitter als ik wacht op een leerling voor een mentorgesprekje; hij is medio november totaal precies 6 dagen wel de hele dag op school geweest. Ik ken het ventje. Wiedes. Ik ben zijn mentor, al even. Hij verkoopt vuurwerk. Mist soms dus les, want handel, of detentie. Ik kijk naar de drie kleuren lijst voor me. Rood- ongeoorloofd, oranje – geoorloofd (hij denkt soms aan een briefje voor de ortho of meldt zich ziek) en groen- aanwezig. Bizar weinig.

“Het ligt niet aan de registratie” denk ik, twitter ik.

Volgend lesuur mag ik weer Les Geven.