vrouwen

inruimen


“Haha, heb je alles denk je?”
“Alleen mijn handtas en mijn tas met toilettas enzo, je weet wel, de meteen- nodig- tas, die ligt nog in de auto, maar ja, verder heb ik alles. Hoezo?”
“Dat meen je niet. Lief, ik was ironisch. Je hebt een karretje vol. Wat zeg ik, een karretje vol? Er staat een kop op. We gaan een weekje varen. Wat heb je in hemelsnaam allemaal meegenomen?”
“Nou, niks bijzonders hoor. Ik heb me echt beperkt. Dus pak nou maar aan, als je vind dat het niet nodig is, dan zet je het maar op de steiger.”
“Ik weet niet of die steiger breed genoeg is... Maar, goed, kom maar door.”
“Dit is mijn slaapzak, en in deze tas zitten drie handdoeken. Een grote en twee kleine. Niet heel raar denk ik?”
“Nee, niet heel raar.”
“Oh, en ik heb er ook maar vast een paar theedoeken bij gedaan, ik weet niet of je die aan boord hebt?”
“Ik ben niet gek hoor. Natuurlijk zijn er theedoeken aan boord.”
“Nou ja, dat is de ruimte niet, toch? Zet nou maar weg? Dan kan je dit krat aanpakken. Let op, zwaar. Boodschappen.”
“Boodschappen? Lood!”
“Nee, boodschappen. Traytje bier, flesje rood, flesje wit, flesje roze, kipkluifjes van de markt, een nootje en een chipje, tomaatjes, brood, beleg, wat sap en fris, eten voor twee dagen: boodschappen. Deze tas ook, maar die weegt niets. Dat chipje en nootje, zeg maar.”
“We gaan een week hè? Met zijn tweeën. Ik weet niet welk weeshuis jij op de borrel verwacht, maar ik zie hier alleen al vier soorten chips. En borrelnootjes ? En kroepoek? Wat gaan we doen met kroepoek?”
“Dat is lekker. Sjee, wat doe jij moeilijk zeg. Hier, de volgende tas. Pas op, niet laten vallen.”
“Weer lood. Wat is dit dan?”
“Een paar boeken...”
“Paar boeken? Voor een week?”
“Weet ik veel waar ik zin in heb om te lezen?!? Een paar boeken. Leesboeken, maar ook studieboeken, ik moet echt nodig wat leeswerk van die cursus inhalen, mijn laptop, nog wat rommeltjes. De vrijetijdtas, zeg maar. Dus niet ergens wegstouwen dat ik er niet bij kan.”
“Wat jij wil lief. Geef die weekendtas ook maar, wat is dat?”
“Kleren. Ja, je zal het wel veel vinden. Maar ik neem deze keer geen risico, ik ga niet weer in jeans en laarzen staan als jij een jasje aan kan doen dat je 'toevallig' aan boord hebt hangen. Ik heb een jurk en hakken bij me, en dat gaat gewoon mee.”
“Niemand verwacht een jurk hoor. Dat van zo'n jasje is soms ook gewoon een soort folklore ?”
“Ja, dat zal allemaal best. Dan nog. Hier, de laatste.”
“Met?”
“Duh! Mijn zeilpak en laarzen misschien?”
“Oh, oké. Dus vijf tassen, een krat en een slaapzak. Ik moet mezelf zeker gelukkig prijzen?”
“Ja, dat moet je zeker. Ik zal dat karretje even terug zetten en mijn handtas en toilettas uit mijn auto pakken. Dan kunnen we.”
“Nog even mijn auto leeghalen dan.”
“Jouw auto? Wat zit daar dan in?”
“Ik zou graag zeggen 'mijn jas en een tandenborstel', maar ik vrees ook zoiets als dit. Begin jij vast met inruimen?”



(Deze column verscheen eerder in Zeilen magazine, juli 2013. www.zeilen.nl)


Appje

Heel, heel soms zeggen ze bij Zeilen: Jet, doe maar niet, die column. Om hen moverende redenen die ik dan begrijp, en dan schrijf ik een ander. Dit is zo'n 'afgekeurd' exemplaar...

“Een vrouw en een kip, is de pest voor je schip.”

“Pardon? Wat zit jou dwars?”

“Jij. Nou ja, jullie. Niet jij per se, maar vrouwen. In het algemeen.”

“Mijn ervaring is dat een dergelijke uitspraak over een soort meestal ontstaat vanuit ongenoegen over één exemplaar van die soort. Dus leg uit, met welke dame heb je nou weer ruzie gemaakt?”

“Ik maak nooit ruzie. Nee, nou niet zo verbaasd kijken, ik maak nooit ruzie. Met mij kan je alle kanten op, ik vind het allemaal best. Maar vrouwen? Vrouwen, die zijn zo ontzettend veeleisend! Daar wordt je als man zijnde echt helemaal gek van!”

“Ja, en de gemiddelde man is een mak lam dat zich gewillig laat leiden. Leg uit. Was je pinksterweekend niet zo geslaagd?”

“Hoe raad je het. We waren een weekendje weg. Natuurlijk eerst weer die traditionele discussie over wat je allemaal wel en wat je niet mee hoeft te nemen op een boot, maar eenmaal geladen met de waterlijn een centimeter of wat hoger, en het eerste flesje open, leek het wel gezellig te worden. Tot we het, eenmaal door de sluis, eens moesten worden over de plaats van bestemming. Nou heb ik een Appje, met daarin alle havens, en dan kan je zien wat de voorzieningen zijn, en ook reserveren, en aangezien half België en Duitsland ook weer aan het drijven was in die Zeeuwse Delta leek het me wel een goed plan om een box te bestellen. Tja, ik weet niet hoe het met jou zit, maar als ergens twee meter verval is, vind ik het meestal niet zo fijn om te dubbelen. Je weet immers maar nooit hoe het schiemanswerk van de buurman is, dus…”
“Ik vind het altijd wel lekker, dubbelen. Een beetje weg van die herrie op de steiger, en als je dan als buitenste ligt heb je in ieder geval fijn uitzicht. Plus dat ik het meestal gezelliger vind om naast iemand te liggen die aan boord is dan tussen twee verlaten boten op hun vaste ligplaats.”

“Ja, dat is nou weer typisch vrouwelijk. Als het maar ‘gezellig’ is. Maar dat de buurman van die fenderhoezen heeft waar zand zo fijn in blijft zitten, waardoor jij allerlei krassen op je lak krijgt, daar denk je dan niet aan hè. Of fijn naast een platbodem, die hebben van die stalen randen langs de zwaarden. Gelcoatpeelers zijn dat.”

“Kwestie van een beetje opletten, wil op de juiste plaats hangen. Maar vertel, jullie zaten op dat water, jij op je Appje, en toen?”

“Nou ja, ik stelde een paar havens voor, allemaal prima voorzieningen. Wifi enzo, want ik wil toch wel graag elke dag het nieuws even zien en het weer checken op Windguru, en lekker douchen, dus. Maar nee, ze moest en zou door het Brabants Vaarwater. Dus ja, dan is de keuze beperkt.”

“Waarom per se dat Brabants Vaarwater dan?”

“Daar blijken de zeehonden te wonen.”

“En dat wist jij niet?”

“Nee, hoe moet ik dat weten? Daar is geen Appje van!”