winter

Onderhoud

“Heb jij je boot verkocht?”
“Man, hou op. Staat bij de werf. Ik had toch twee jaar geleden wat problemen ontdekt op mijn onderwaterschip? Osmoseplekken. Dat kwam me die winter helemaal niet uit, dus uitgeboord, geplamuurd en het moest het maar een jaartje redden. Groot onderhoud afgelopen winter. Werf gezocht, afspraak gemaakt: week zeven was ik welkom.”
“Week zeven? Dat is toch februari ?”
“Ja. Laatste week februari. Ik helemaal blij, ik gokte een week of twee, drie daar en dan klaar om te varen. Ik had mezelf al opgegeven voor de openingstocht, dat zou ik ook eens halen. Nou, dat liep even anders.”
“Met werven is het lastig afspraken maken he?”
“Aan die werf heeft het niet gelegen, die waren keurig binnen de afgesproken tijd klaar. Nee, mijn schuld. Ik dacht de loosbuizen vanuit de kuip onder handen te nemen. Daar zat zoveel rommel in en roest; schoonmaken hielp niet veel meer, dus ik dacht: als die boot dan toch op de kant staat, vervang ik ze. Daarmee begon de ellende. Die dingen lopen door het motorruim en ik kon er wat rottig bij. De werf wilde de motor er wel even uit treken met een kraantje. Dus hup, torretje er uit, zie ik dat de motorsteunen bijna door zijn. Moest ik op zoek naar nieuwe motorsteunen. Die geven ze ook niet weg, trouwens. Zes weken levertijd, dus ik dacht: laat ik dan in de tussentijd het motorruim even schilderen. Schuren, zie ik dat de strut niet helemaal lekker vast zat. Ik heb toch een keer een lijn in de schroef gehad? Daar had de uithouder een klap van gekregen: overal haarscheurtjes. Dus voor ik kon schilderen moest het eerst in de epoxy, maar ja, dat spul kan je pas verwerken als het een beetje temperatuur is. En aangezien we in maart nog zo ongeveer op de schaats stonden, zat er voor mij maar een ding op. Wachten. Al met al was het begin april voor ik de motor er weer in kon laten zetten.”
“Net op tijd voor de openingstocht, toch?”
“Ja. Maar de motor deed het niet. Roest in de dieseltank. Nieuwe bestellen, weer vier weken levertijd, boel weer installeren, blijkt er zoveel vervuilde diesel in het motorblok zelf te zitten dat het uit elkaar moest. Nou ben ik best handig, maar daar stopt mijn technische kennis. Inmiddels was het ruim na Pinksteren, en die werf waar ik stond had genoeg te doen. Drie weken later pas aan de beurt.”
“Jee. Maar toen? Want je ligt nog steeds niet in je box?”
“Tegen de tijd dat de boot klaar was, was het zomervakantie. Wij dus met de auto daar naar toe, daar opstappen. Heerlijke vakantie gehad, vier weken prima weer. Maar de laatste drie dagen opeens problemen met het elektra. Nou hadden ze me bij die werf zo goed geholpen, dat ik dacht: daar naar terug. Mijn auto stond er tenslotte ook nog. Zo gezegd zo gedaan. Bleek het niet een klein probleem te zijn maar iets groots. Enfin, doe maar dan.”
“En nu?”
“Openingstocht volgend jaar moet lukken.“


(deze column is ook verschenen in Zeilen van november 2013)

Kofferbakverkoop


“Wat een super idee van dit bestuur, een kofferbakverkoop. Vind je ook niet?”

“Joh, ik kom net aan, ik wist helemaal niet dat dat vandaag was. Ik vroeg me al af waar al die auto’s vandaan kwamen. Maar ik begrijp dat dit door de club georganiseerd is? Iedereen zijn oude spullen in de kofferbak, parkeerplaats open en handelen maar? Slim! Ik ga zeker zo even een rondje doen. Je weet maar nooit wat een ander van boord gooit waar ik wat mee kan. Ik wil een wat zwaarder anker, wie weet.”

“Dan moet je daar straks even gaan kijken, bij die zwarte stationwagen daar. Die heeft een mooi Bruce-anker liggen. Vroeg hij 25 euro voor, maar een beetje handelen en je hebt hem voor 15 denk ik. Ik ben hier al sinds acht uur vanochtend. Ik heb letterlijk alles en iedereen al gezien. En het mooiste overal al tussen uit gevist hoor!”

“Acht uur? Waarom zo vroeg?”

“Nou, het zou vanaf negen uur zijn, dus ik dacht: ik ga vroeg, dan weet ik zeker dat ik niks mis. Iedereen die aankwam kon ik zo’n beetje opvangen, want dat kwam allemaal gespreid aan. Ik heb al van alles gevonden waar ik wat mee kan. Hier, een ledlichtje voor boven de kaartentafel, vijf euri, die vent begon met een tientje, maar een beetje handelen en toen had ik hem voor vijf. Een impeller die iemand in de verkeerde maat had gekocht en nooit terug gebracht, voor de helft van de nieuwprijs, een set bekers, hetzelfde patroontje hebben we al aan boord, als nieuw, maar voor een fractie, kaarten van de Wadden: Johan verkocht zijn set van vorig jaar want die gaat de komende vier jaar naar Engeland, scheelt ook weer een flink bedrag op de nieuwprijs en hier, het pronkstuk van de dag: een hele doos met allemaal kabelschoentjes, allerlei maten!”

“Wat ga je daar nou weer mee doen dan? Je hebt je hele draadboom twee jaar geleden toch al vervangen?”

“Ja, en ik heb me toen arm gekocht aan al die zooi. Nu had ik een hele doos, met alles wat ik maar zou kunnen willen, voor twee eurotjes!”

“Dat is inderdaad geen geld, twee euro. Maar wat ga je er dan mee doen? Die dingen heb je dan toch nu helemaal niet meer nodig, als je alles twee jaar geleden al vervangen hebt? Of doe je het uit hobby om het jaar ofzo?”

“Man, weet je hoeveel werk dat is? En hoe rottig je overal bij kan? En dan alles ook weer netjes wegwerken, achter de betimmering, onder de vloer, ik ben er toen de hele winter mee zoet geweest!”

“Ja daarom zeg ik het dus. Waarom heb je die dingen gekocht dan?”

“Ja. Nou je het zegt. Altijd handig?”

“Suus ziet je aankomen. Je hebt al een hele schuur vol met ‘altijd handig’… Ik ben deze winter bezig met mijn elektra, ik wil ze wel van je overnemen? Eurotje?”

“Ik heb er net twee voor betaald!”

“Tja. Beetje handelen he. ”

(deze column verscheen ook in het maart nummer van Zeilen Magazine. Zoek hen op op Facebook, Twitter of nu, op de HISWA!)