Zeilen

afscheidsfeestje

“Volgende week dus. Maandag. Zaterdag nog een etentje met naaste familie, zondag de laatste dingen opruimen, en dan gaat het echt beginnen. De voorspellingen zijn goed, we zouden zo in een keer in de richting van Frankrijk geblazen moeten worden. Golf van Biskaje, om Portugal heen en dan hopen we op tijd in de Azoren te zijn om mee te kunnen varen met de groep naar de Carieb. Ik ben er klaar voor hoor, ik heb er zin in!”

“Want?”

“Hoe bedoel je: ‘want?’?”

“Waarom willen jullie dit nou eigenlijk?”

“Hallo, heb jij ons niet gekend de afgelopen jaren? We zijn nu al vier jaar met de voorbereidingen bezig! Eigenlijk al sinds we de vorige boot verkocht hadden: we hebben toen echt gezocht naar de wereldreisboot. Jij hebt ons nog tips gegeven over waar we op moesten letten met het elektrisch systeem, dat het ook in de tropen moet kunnen blijven draaien. En dan vraag je nu waarom?”

“Ik weet best dat jullie er al heel lang mee bezig zijn. Maar ik weet eigenlijk niet zo goed waarom jullie dit willen. Kijk, hier vanavond, jullie afscheidsfeest: hartstikke leuk hoor, en een volle bak, maar ik vraag me nu eigenlijk gewoon af: weten jullie wel wat jullie achterlaten? Het volleybalteam van Inge, jouw hockeyclub, de mensen van de vereniging: dat is allemaal nog wel te overzien. Maar jouw jongste zus, die is hoogzwanger. Je neefje of je nichtje ga je dus alleen maar via Skype meemaken he, die zie je pas in levende lijve als het al loopt. Die oude man daar, wat is het, een opa, een oom? Beseffen jullie wel dat jullie er waarschijnlijk niet bij zullen zijn als die onder de groene zoden gaat? Jij hebt je moeder nog, wat als ze ziek wordt? Die is tenslotte ook geen twintig meer. Inge heeft haar beide ouders nog, maar ze is wel enig kind: wat als jullie net door het Panamakanaal aan het steken zijn als daar iets mee gebeurt?”

“Er zijn toch vliegtuigen...”

“Ja, natuurlijk zijn er vliegtuigen. Maar het zal niet zo zijn dat je voor elke gebeurtenis hier terug zult komen vliegen. Ten eerste staan er op jullie wereldreisplanning nogal wat gebieden waar je je boot waarschijnlijk niet onbeheerd achter zult willen laten, maar vooral: je zult moeten kiezen. De eerste verjaardag van die kleine die nog geboren moet worden zal je waarschijnlijk aan je voorbij laten gaan. Als opa ziek wordt en binnen een paar dagen gaat, zullen jullie er ook niet bij zijn om de laatste woorden mee te maken, wat ik laatst had, mijn moeder een tia: je vliegt er niet voor terug, maar ik was blij dat ik binnen een half uur in het ziekenhuis was hoor.”

“Ja, als je het zo bekijkt…”

“Zelf weten, maar ik zou er toch nog eens goed over nadenken.”

“Nee. Juist niet. Niet over nadenken. Dan gaan we niet. Dus nee, vooral niet nog eens goed over nadenken. En doe me een lol? Praat jij vanavond even niet met Inge?”




(deze column, die een beetje een ode aan zus en zwager is - zie www.kindofblue.info - verscheen eerst in het meinummer 2013 van Zeilen Magazine. )

zomertje

Kindertjes die vragen worden overgeslagen. Maar ik vind het onderhand het proberen waard...

Ik wil katoenen broeken aan en blote benen. Ik wil mopperend mijn schoenen uitschoppen: te warm. Ik wil klachten van mijn dochter dat haar favo bikini in de was is en klachten van mijn zoon dat er op school geen airco is. Ik wil slapen onder mijn Turkse dekentje, dat eigenlijk niet meer is dan een dik laken, omdat het dekbed echt veel te warm is. Ik wil 's avonds om tien uur nog de tuin gaan sproeien omdat het daarvoor toch meteen verdampt. Ik wil alle ramen tegen elkaar open zetten zodat het een beetje door kan waaien. Ik wil zelfs hollend door het huis om ze allemaal dicht te doen als die ene verlossende onweersbui er eindelijk is. Ik wil barbecuen en salades eten, ik wil tot na middernacht op een terrasje, ik wil blote schouders en zwemmen in het Veerse Meer. Ik wil een flaphoed moeten kopen omdat je de zonnebril nu echt begint te zien, ik wil een hond die niet wil hollen want hij heeft zijn winterjas nog aan, en een kat die te lui is om muizen te vangen. Ik wil muggen doodmeppen en naar hommels kijken. Ik wil taboulet, mojito's en Ambre Solaire.

Het is 1 juni: kan het nou eindelijk eens zomer worden???

Teun

“Ga je mee Teun, een rondje in het optimistje? Even om het eiland heen? Ik stuur wel, dan mag jij voorin zitten. Of jij mag ook zelf sturen, ik ben er vlak bij?”
“Nee, ik ben niet zo’n durver. Ik heb ook mijn B nog niet..”
“Maar je hebt je A toch? Bovendien, we gaan zeilen hoor. Daar heb je helemaal geen zwemdiploma’s voor nodig. Een goede schipper blijft aan boord. Ja? Een stukje hier alleen in de kreek dan?”
“Maar waar is mama dan?”
“Mama blijft gewoon hier op de steiger, of misschien gaat ze wel even met een boekje in de kuip zitten. Maar we gaan toch niet ver weg? Gewoon een stukje met het kleine bootje varen.”
“Waar gaan we dan naar toe?”
“Nergens naar toe, gewoon een stukje zeilen omdat het leuk is. Zie je daar die boot voor anker liggen? Zullen we daar omheen varen en dan weer terug? Ja, klim er maar in. Als je daar tegen het mastje gaat zitten, dan zit je niet in de weg en je hoeft ook nog niets te doen. Je laat je varen, is dat geen luxe?”

“Waarom gaan we zo schuin?”
“Dat komt door de wind. Die duwt ons naar voren, maar ook een beetje opzij. Kijk, als ik dan aan de hoge kant ga zitten komt de boot weer recht. Wil jij even sturen?”
“Ik weet niet hoe dat moet…”
“Oh, dat is heel makkelijk, dat kan je vast. Zie je dit stokje? Dat is de helmstok, en als je nou bijna ergens tegenaan vaart, dan richt je het puntje op het gevaar en dan gaat de boot de andere kant op. Ja, goed zo! Merk je het, dat als je het roer de ene kant op doet, de boot juist de andere kant op gaat? Weet je wat makkelijk is? Als je nu een punt op de kant kiest om naar toe te varen en dan maar proberen om daar recht op af te sturen. Nee, kleine bewegingen maken met je roer, anders ga je zo slingeren, het is natuurlijk niet de bedoeling dat je je naam in het water schrijft.”
“Dat kan helemaal niet, je naam in het water schrijven. Het is toch geen pen?!”

“Gaan we nog een rondje?”
“Even mijn koffie opdrinken, oké? Dan gaan we nog wel een rondje. Ga jij dan weer sturen?”
“Ja, want dat kan ik heel goed. Misschien kan ik wel kapitein worden, net als papa. Papa kan ook heel goed sturen toch?”
“Ja, jouw papa kan fantastisch sturen.”
“Gaan we nu dan ook om het eilandje heen? Op het echte Veerse Meer?”
“Als jij dat wilt, dan gaan wij om het eiland heen hoor. Maar zal ik dan sturen? Dat jij op de punt gaat zitten, met je rug tegen de mast aan? Er staan daar wat meer golfjes, en omkiepen willen we natuurlijk niet. Dan varen we langs de grote boot, langs mama. Dan kan jij zwaaien.”

“Mamaaaaa!!! Kijk naar mij!!!”




(deze column verscheen eerder in Zeilen)


rode schoentjes

Op Facebook zet een collega met een klein dochtertje opeens een foto van rode schoentjes. Hee, daar had ik ook ooit een blog over, destijds op Hyves gezet!

Vivienne, deze is voor jou...



Rode schoentjes


Flamencoschoentjes. Brandweerautootjes rood, met zwarte stippen. Een klein teruglopend hakje, een riempje over de wreef met een piepklein gespje om dat riempje vast te zetten. In Spanje in de meeste supermarkten verkrijgbaar vanaf maat 25. De meeste kleine voetjes in die maat kunnen nog niet eens lopen, laat staan de ingewikkelde stappen uitvoeren die een Flamenco eist, maar dat mag de pret niet drukken.

Ik kom bijna jaarlijks een keer in Spanje en sta altijd een keer met die schoentjes in mijn handen. Ze voor mezelf kopen is geen optie. Ik moet schoenen hebben waarmee ik bergen kan beklimmen. Als er onder mijn voeten nog maar iets riekt naar een hak, struikel ik al voor ik ze aan heb. Maar sinds ik zwanger was van mijn oudste had ik dus de hoop dat ik ze ooit voor mijn kind zou kunnen kopen. Nou werd oudste een jongen, dus de drie jaar erna waren de schoentjes veilig voor me. Tot ik zwanger werd van de tweede. Weer stond ik met die piepkleine maar oh zo leuke schoentjes in mijn handen. Weer kocht ik ze niet. Want als het weer een jongen werd, dan had ik toch helemaal niets aan die schoentjes? Toen het een meid bleek te zijn weerhielden verstandige argumenten me van aanschaf. Ze zal ze in Nederland nooit kunnen dragen, ze zijn niet goed voor kleine meisjesvoeten en praktisch zijn ze ook al niet. Ze kan de gespjes niet eens zelf dicht doen.

Dochter is nu zeven. Een echte meid. Niets leuker dan een mooie jurk. Weer zijn we in Spanje. Ze wil een souvenirtje, uiteraard. Als ze aan komt sjouwen met rode flamencoschoentjes kan ik haar wel zoenen, en juichend reken ik af. Als ze haar te klein worden lijst ik ze in.


(bestaat dat Hyves nog, trouwens?)



inruimen


“Haha, heb je alles denk je?”
“Alleen mijn handtas en mijn tas met toilettas enzo, je weet wel, de meteen- nodig- tas, die ligt nog in de auto, maar ja, verder heb ik alles. Hoezo?”
“Dat meen je niet. Lief, ik was ironisch. Je hebt een karretje vol. Wat zeg ik, een karretje vol? Er staat een kop op. We gaan een weekje varen. Wat heb je in hemelsnaam allemaal meegenomen?”
“Nou, niks bijzonders hoor. Ik heb me echt beperkt. Dus pak nou maar aan, als je vind dat het niet nodig is, dan zet je het maar op de steiger.”
“Ik weet niet of die steiger breed genoeg is... Maar, goed, kom maar door.”
“Dit is mijn slaapzak, en in deze tas zitten drie handdoeken. Een grote en twee kleine. Niet heel raar denk ik?”
“Nee, niet heel raar.”
“Oh, en ik heb er ook maar vast een paar theedoeken bij gedaan, ik weet niet of je die aan boord hebt?”
“Ik ben niet gek hoor. Natuurlijk zijn er theedoeken aan boord.”
“Nou ja, dat is de ruimte niet, toch? Zet nou maar weg? Dan kan je dit krat aanpakken. Let op, zwaar. Boodschappen.”
“Boodschappen? Lood!”
“Nee, boodschappen. Traytje bier, flesje rood, flesje wit, flesje roze, kipkluifjes van de markt, een nootje en een chipje, tomaatjes, brood, beleg, wat sap en fris, eten voor twee dagen: boodschappen. Deze tas ook, maar die weegt niets. Dat chipje en nootje, zeg maar.”
“We gaan een week hè? Met zijn tweeën. Ik weet niet welk weeshuis jij op de borrel verwacht, maar ik zie hier alleen al vier soorten chips. En borrelnootjes ? En kroepoek? Wat gaan we doen met kroepoek?”
“Dat is lekker. Sjee, wat doe jij moeilijk zeg. Hier, de volgende tas. Pas op, niet laten vallen.”
“Weer lood. Wat is dit dan?”
“Een paar boeken...”
“Paar boeken? Voor een week?”
“Weet ik veel waar ik zin in heb om te lezen?!? Een paar boeken. Leesboeken, maar ook studieboeken, ik moet echt nodig wat leeswerk van die cursus inhalen, mijn laptop, nog wat rommeltjes. De vrijetijdtas, zeg maar. Dus niet ergens wegstouwen dat ik er niet bij kan.”
“Wat jij wil lief. Geef die weekendtas ook maar, wat is dat?”
“Kleren. Ja, je zal het wel veel vinden. Maar ik neem deze keer geen risico, ik ga niet weer in jeans en laarzen staan als jij een jasje aan kan doen dat je 'toevallig' aan boord hebt hangen. Ik heb een jurk en hakken bij me, en dat gaat gewoon mee.”
“Niemand verwacht een jurk hoor. Dat van zo'n jasje is soms ook gewoon een soort folklore ?”
“Ja, dat zal allemaal best. Dan nog. Hier, de laatste.”
“Met?”
“Duh! Mijn zeilpak en laarzen misschien?”
“Oh, oké. Dus vijf tassen, een krat en een slaapzak. Ik moet mezelf zeker gelukkig prijzen?”
“Ja, dat moet je zeker. Ik zal dat karretje even terug zetten en mijn handtas en toilettas uit mijn auto pakken. Dan kunnen we.”
“Nog even mijn auto leeghalen dan.”
“Jouw auto? Wat zit daar dan in?”
“Ik zou graag zeggen 'mijn jas en een tandenborstel', maar ik vrees ook zoiets als dit. Begin jij vast met inruimen?”



(Deze column verscheen eerder in Zeilen magazine, juli 2013. www.zeilen.nl)


Wat doet het weer

Weerbericht

“Wat doet het weer?”
“Het weer? Nou, zonnig, dat zie je toch?”
“Ja, dat zie ik, maar wat gaat het weer doen?”
“De voorspelling? Windguru zei vanochtend 10 knopen aantrekkend naar 14, Windfinder heb ik nog niet bekeken want die heb ik niet op mijn telefoon, en op weeronline, wacht even: ‘zonnig en warm met later op de dag lokaal kans op onweersbuien’.”
“En wat zegt Twitter?”
“Twitter? Geen idee, ik heb niet gezocht op weer.”
“Jij zat toch net Twitter te bekijken?”
“Ja. Zaterdag, dus de column van Youp, en verder gewoon of er in de wereld nog iets is gebeurd. Ik heb geen weerberichten voorbij zien komen, dus mijn hoofd zegt: geen bijzonderheden.”
“Mmm. En Instaweather? Heeft Joost ofzo niet net het weer op Facebook gezet?”
“Instaweather? Dat is toch dat je een foto maakt en dat het appje er onder zet waar je bent en hoe warm het is? Een soort Foursquare maar dan van weerberichten? Waarom wil jij weten waar Joost is en hoe warm of koud hij het heeft?”
“Dat hoef ik ook helemaal niet te weten van Joost, maar ik wil gewoon weten wat het gaat worden vandaag. Nu is het mooi, maar blijft dat zo? We hebben tegenwoordig al die moderne middelen, laten we er gebruik van maken, dan weten we waar we aan toe zijn vandaag.”
“Wat mij betreft weten we dat nu ook al. Het is nu een beetje bewolkt, en het wordt zonnig en warm. Weet je: ik vind het soms helemaal niet meer leuk. Al dat moderne gedoe? Jij navigeert op je iPhone, we hebben windappjes en waterappjes, en appjes waarmee we aan onze vrienden kunnen laten zien dat wij ook mooi of juist lelijk weer hebben, we zijn helemaal onthand als we geen verbinding hebben en we weten met dank aan Buienradar tot op de minuut nauwkeurig niet alleen Dat het gaat regenen, maar ook nog Waar. Wat is er gebeurd met het nemen zoals het komt?”
“Ik neem het toch zoals het komt? Maar Als het komt, dan heb ik het graag zien aankomen. Dat is toch niet raar? Als het KNMI een code rood of oranje afgeeft vanwege onweer of wateroverlast, dan is het toch fijn om dat te weten? Of zit jij liever op het water in windstoten van 100 meter per seconde?”
“Van code oranje vanwege wateroverlast heb je op een boot niet echt last. Maar dan nog. Natuurlijk wil ik ook graag weten wat de voorspelling is, maar als je het niet helemaal weet, zoals nu, wat dan? We weten al dat het aan het einde van de dag kan gaan onweren, het is nu redelijk: dan kunnen we toch weg? Lucht in de gaten houden en indien nodig weer de haven in. Ja toch? Daar hoeven we toch niet het hele internet voor open te trekken?”
“Eigenlijk heb je gelijk. Trossen los dan maar?”
“Ja. Een tel. Ik voelde een druppel. Nog even buienradar checken of ik mijn pak aan moet doen.”



(deze column verscheen eerder in Zeilen. Bezoek ook de website: www.zeilen.nl)






Rijke stinkerd

“Hee collega, leuk je weer te zien! Hoe was je vakantie?”
“Heerlijk. Drie weken met de boot weggeweest, prima weer gehad, heel gezellig.”
“Oh ja, dat is waar ook, jij bent zo’n rijke stinkerd door wie ik altijd voor de brug moet wachten.”
“Weet je dat ik dat dus echt niet leuk vind, dat je dat zo zegt? Waarom ben ik per se een rijke stinkerd omdat ik een boot heb? Wij doen exact hetzelfde werk en ik mag er dus vanuit gaan dat we ook ongeveer hetzelfde verdienen. Waarom ben ik dan een rijke stinkerd en jij niet?”
“Ik ben zeker geen rijke stinkerd. Dus ja, nou je het zegt, jij waarschijnlijk ook niet. Maar geef nou toe; de meeste mensen met boten hebben geld.”
“Dat hoeft helemaal niet hoor. Het zijn gewoon keuzes die je maakt. Jij hebt toch een caravan met seizoenplaats?”
“Gewoon een sleurhut met voortent hoor, niets bijzonders.”
“Daar heb je het dus al. Ik klaag toch ook niet dat ik voor de brug moet wachten tot al die caravans er over zijn? Of nog erger: de campers? Waarom heten die dingen trouwens allemaal ‘Rapido’? Ze kunnen allemaal hun gaspedaal niet vinden!”
“Een camper is ook duurder dan een caravan.”
“Daar gaat het me helemaal niet om. Ik word af en toe zo moe van het vooroordeel dat mensen met boten rijk zijn. Zullen we het even vergelijken? Mijn boot is uit 1978; 35 jaar. Dat haalt een caravan niet hoor. Nou is het wel zo dat een caravan misschien minder onderhoud nodig heeft dan een boot; ik heb jou tenminste nog nooit gehoord over ‘knippen en scheren’. Poetsen en in de was zetten doe jij echter ook, jij hebt ook een kachel op diesel, een gasslang die elke drie jaar vervangen moet worden en elektra dat op 12 volt werkt en het dus af en toe niet doet. Dus: aanschaf, afschrijving, onderhoud en reparatie: ik denk dat we per saldo ongeveer even duur uit zijn.”
“Ja, maar dan ben je er nog niet, toch?”
“Nee, dan ben je er nog niet. Jouw ligplaats heet de camping, en jouw winterberging is de schuur van boer Janse. Dus weer zijn we ongeveer even duur uit.”
“Ja, als je het zo bekijkt…”
“Zo moet je het volgens mij ook bekijken! Jij laat af en toe de stiksels van je voortent nalopen, ik die van de zeilen. We moeten er allebei voor sparen als we iets nieuws willen, of het nou een buiskap is of een nieuw vlonder. Laten we wel zijn, jouw caravan, mijn boot; het zijn allebei dure hobby’s. Maar ook hobby’s die de prijs waard zijn: je komt nergens zo tot rust op een zaterdag na een drukke werkweek als zittend voor je voortent of op je achterdekje.”
“We zijn dus eigenlijk allebei rijke stinkerds?”
“Nee, ik ben in ieder geval geen rijke stinkerd. Jij misschien…”
“Hoezo nou ik wel en jij niet?”
“Ik stink niet. Het tocht lekker door hoor, op dat water!”


(deze column staat ook in Zeilen van oktober 2013. Zie ook hun website www.zeilen.nl)

Onderhoud

“Heb jij je boot verkocht?”
“Man, hou op. Staat bij de werf. Ik had toch twee jaar geleden wat problemen ontdekt op mijn onderwaterschip? Osmoseplekken. Dat kwam me die winter helemaal niet uit, dus uitgeboord, geplamuurd en het moest het maar een jaartje redden. Groot onderhoud afgelopen winter. Werf gezocht, afspraak gemaakt: week zeven was ik welkom.”
“Week zeven? Dat is toch februari ?”
“Ja. Laatste week februari. Ik helemaal blij, ik gokte een week of twee, drie daar en dan klaar om te varen. Ik had mezelf al opgegeven voor de openingstocht, dat zou ik ook eens halen. Nou, dat liep even anders.”
“Met werven is het lastig afspraken maken he?”
“Aan die werf heeft het niet gelegen, die waren keurig binnen de afgesproken tijd klaar. Nee, mijn schuld. Ik dacht de loosbuizen vanuit de kuip onder handen te nemen. Daar zat zoveel rommel in en roest; schoonmaken hielp niet veel meer, dus ik dacht: als die boot dan toch op de kant staat, vervang ik ze. Daarmee begon de ellende. Die dingen lopen door het motorruim en ik kon er wat rottig bij. De werf wilde de motor er wel even uit treken met een kraantje. Dus hup, torretje er uit, zie ik dat de motorsteunen bijna door zijn. Moest ik op zoek naar nieuwe motorsteunen. Die geven ze ook niet weg, trouwens. Zes weken levertijd, dus ik dacht: laat ik dan in de tussentijd het motorruim even schilderen. Schuren, zie ik dat de strut niet helemaal lekker vast zat. Ik heb toch een keer een lijn in de schroef gehad? Daar had de uithouder een klap van gekregen: overal haarscheurtjes. Dus voor ik kon schilderen moest het eerst in de epoxy, maar ja, dat spul kan je pas verwerken als het een beetje temperatuur is. En aangezien we in maart nog zo ongeveer op de schaats stonden, zat er voor mij maar een ding op. Wachten. Al met al was het begin april voor ik de motor er weer in kon laten zetten.”
“Net op tijd voor de openingstocht, toch?”
“Ja. Maar de motor deed het niet. Roest in de dieseltank. Nieuwe bestellen, weer vier weken levertijd, boel weer installeren, blijkt er zoveel vervuilde diesel in het motorblok zelf te zitten dat het uit elkaar moest. Nou ben ik best handig, maar daar stopt mijn technische kennis. Inmiddels was het ruim na Pinksteren, en die werf waar ik stond had genoeg te doen. Drie weken later pas aan de beurt.”
“Jee. Maar toen? Want je ligt nog steeds niet in je box?”
“Tegen de tijd dat de boot klaar was, was het zomervakantie. Wij dus met de auto daar naar toe, daar opstappen. Heerlijke vakantie gehad, vier weken prima weer. Maar de laatste drie dagen opeens problemen met het elektra. Nou hadden ze me bij die werf zo goed geholpen, dat ik dacht: daar naar terug. Mijn auto stond er tenslotte ook nog. Zo gezegd zo gedaan. Bleek het niet een klein probleem te zijn maar iets groots. Enfin, doe maar dan.”
“En nu?”
“Openingstocht volgend jaar moet lukken.“


(deze column is ook verschenen in Zeilen van november 2013)

Verzonnen


“Jij schrijft toch die verhaaltjes in Zeilen?”

“Als je die column achterin bedoelt: dat ben ik ja.”

“Waarom schrijf je niet gewoon eerlijk op dat je dat allemaal zelf bent?”

“Omdat ik het niet allemaal zelf ben?”

“Ja, natuurlijk wel. Of je hebt het zelf zo gehoord.”

“Nee? Nee, echt niet. Ik hoor een halve zin en verzin daar een hele column bij. Zo werkt dat bij mij. Ik ben geen journalist, ik ben schrijver. Verhaaltjes verteller.”

“Nah, dat kan niet. Ik geloof er niets van dat je het niet gewoon zo hoort, en het dan alleen maar hoeft op te schrijven. Dat kan je niet zo verzinnen, dat moet je gehoord hebben. ”

“Was het maar waar. Nee hoor, ik hoor iets, een zinnetje, of gewoon algeheel gemopper. Wie uit jouw bootjes-kring loopt niet te zeuren over het onderhoud, wie heeft er niet altijd meer spullen mee naar de boot dan van te voren had bedacht en wie heeft er niet af en toe thuis ruzie over de tijd die in die boot gaat zitten? Dat lijkt me aardig universeel, dus ja, dat maak ik mee. Maar dat maak jij ook mee. Soms is het dan een zinnetje waardoor ik het hele gesprek voor me zie, bijna kan horen, en soms verwerk ik zelfs dat ene zinnetje in een column, maar het meeste is van begin tot eind verzonnen. Of beter: ik zie het voor me, alsof ik het meegemaakt heb, en dan heb ik het weer net even anders beschreven.”

“Ja, dat zeg je nu wel, maar neem nou die column over die man die elk jaar met zijn familie strijd moest hebben over de vakantie. Of dat van dat een jaar bezig zijn met onderhoud. Die van het weer zout ruiken als je Zeeland weer in vaart. Dat heb je toch gewoon zelf meegemaakt?”

“Nee , dat heb ik niet zelf meegemaakt. Ik heb geen ruzie over de invulling van de vakantie, maar ik kan me de bonje thuis wel voorstellen. Dus daar kan ik dan een stukje over schrijven. Dat zout ruiken, ja dat rook ik wel, ooit een keer, maar de discussie over wat je dan precies ruikt is nooit zo gevoerd, en schrijven over onderhoud? Dat is als ik even geen inspiratie heb. Onderhoud, daar heeft iedereen beeld bij. Dat is zo universeel. Koop een boot, werk je dood? ”

“Dus je verzint het allemaal? Alles?”

“Ja. Dikke duim heb ik he?”

“Die man op de Hiswa, die vent in de bouwmarkt, dat zeilen in het Engels, die auto’s vol met spullen voor drie dagen zeilen, die pech met het onderwaterschip: dat is allemaal verzonnen? Alles?”

“Ja. Geïnspireerd door wat ik zie en meemaak, dat wel. Maar de dialogen zoals ik ze opschrijf: allemaal uit mijn duim. Van a tot z aan elkaar gefantaseerd. Niet Echt Gebeurd. Gelogen, zo je wilt.”

“Alles? “

“Alles.”

“Dus als ik dit teruglees in Zeilen…?”

“Dan heb ik dat zojuist verzonnen. Dank je wel trouwens. “

(deze column verscheen in het januarinummer van Zeilen. Kijk ook eens op hun website: www.zeilen.nl)

Zwemvest

“Wat had jij nou laatst weer voor zuur commentaar op mijn Facebook? Dat we een zwemvest aan moesten doen?”

“Ja, maar dat doe ik niet alleen bij jou hoor. Dat doe ik bij elke foto die ik in deze maanden voorbij zie komen en waar ik blije eikels, meestal ook nog met een blik in de hand, een rakje zie maken in volle bepakking maar zonder ploffer. Ik vind dat zo stom.”

“Angsthaas. Er gebeurt echt niks hoor. En anders hebben we de KNRM?”

“Lekker makkelijk is dat. Die rukken vast met liefde en plezier uit als er wat aan de hand is, maar ik betwijfel of ze het leuk vinden om een lijk uit zee te moeten vissen. Geef jij, ben jij redder aan wal?”

“Ja, natuurlijk, braaf elke maand!”

“Lees je dat blad van ze ook? Ik las laatst dat ze gemiddeld twintig keer per jaar een man overboord melding krijgen en dat loopt meestal slecht af. Tik van de giek gehad, ’s nachts, uitgegleden op een glad dek, noem het maar. Ik kan me daar ook wel een paar stommigheden bij voorstellen. Zoals wat jij doet: zeilen in de winter, zonder goede ploffer. Weet je hoe zwaar je bent met al die laagjes aan? Jullie hebben vermoedelijk helemaal niet de juiste zwemvesten aan boord, waarschijnlijk allemaal van die 150-ers?”

“Er zijn er een paar die hun eigen zwemvest hebben, maar inderdaad, die dingen aan boord zijn 150. Dat is toch genoeg?”

“Ja, in de zomer wel ja. Maar je zou voor de gein eens met je pak en je laarzen aan moeten gaan zwemmen komende zomer. Ik ben eens gesprongen, in de zomer, met alleen een windstoppertje aan, je weet wel, een fleece met binnenlaag, en ik was heel blij dat ik goed kan zwemmen. Zwaar! Het is prima dat je wat thermo-ondergoed aantrekt onder je kleren, en daaroverheen nog een pak, en dan een muts, handschoenen en laarzen, want het is koud. Wat ik echter niet begrijp is dat je dan met al die lagen dat ene laagje dat je leven kan redden, overslaat want dat zit dan zogenaamd niet lekker. Je hebt al zoveel lagen aan dat je een aardige imitatie van Bibendum doet, je kan je al amper meer bewegen, dus dat kan er toch ook wel bij? Je kraag staat tot je oren opgetrokken, je hebt een muts op je kop, je ziet het ding niet eens, laat staan dat je hem kan voelen.”

“Bibendum?”

“Het Michelin Mannetje. Moet met zijn gewicht ook wel een 275-er, elke Newton is een kilo. Nou zonder dollen: je zinkt als een baksteen hoor. En ga nou niet zeggen dat je nooit over de muur gaat, dus waarom nu wel, want een keer is genoeg.”

“Ja, er is wel wat voor te zeggen. Ik zal het eens in de groep gooien. Zeker voor diegenen die het voordek doen.”

“Nee, allemaal. Dus ook die stuurman: vestje aan. Zeker nu. Wist je dat de meeste drenkelingen in de winter met open gulp uit het water worden gehaald? WC is winterklaar, dan de achterstag maar…”

(deze column verscheen eerder in Zeilen, februari 2013. Kijk ook eens op hun website, of op het Feestboek!)

Kofferbakverkoop


“Wat een super idee van dit bestuur, een kofferbakverkoop. Vind je ook niet?”

“Joh, ik kom net aan, ik wist helemaal niet dat dat vandaag was. Ik vroeg me al af waar al die auto’s vandaan kwamen. Maar ik begrijp dat dit door de club georganiseerd is? Iedereen zijn oude spullen in de kofferbak, parkeerplaats open en handelen maar? Slim! Ik ga zeker zo even een rondje doen. Je weet maar nooit wat een ander van boord gooit waar ik wat mee kan. Ik wil een wat zwaarder anker, wie weet.”

“Dan moet je daar straks even gaan kijken, bij die zwarte stationwagen daar. Die heeft een mooi Bruce-anker liggen. Vroeg hij 25 euro voor, maar een beetje handelen en je hebt hem voor 15 denk ik. Ik ben hier al sinds acht uur vanochtend. Ik heb letterlijk alles en iedereen al gezien. En het mooiste overal al tussen uit gevist hoor!”

“Acht uur? Waarom zo vroeg?”

“Nou, het zou vanaf negen uur zijn, dus ik dacht: ik ga vroeg, dan weet ik zeker dat ik niks mis. Iedereen die aankwam kon ik zo’n beetje opvangen, want dat kwam allemaal gespreid aan. Ik heb al van alles gevonden waar ik wat mee kan. Hier, een ledlichtje voor boven de kaartentafel, vijf euri, die vent begon met een tientje, maar een beetje handelen en toen had ik hem voor vijf. Een impeller die iemand in de verkeerde maat had gekocht en nooit terug gebracht, voor de helft van de nieuwprijs, een set bekers, hetzelfde patroontje hebben we al aan boord, als nieuw, maar voor een fractie, kaarten van de Wadden: Johan verkocht zijn set van vorig jaar want die gaat de komende vier jaar naar Engeland, scheelt ook weer een flink bedrag op de nieuwprijs en hier, het pronkstuk van de dag: een hele doos met allemaal kabelschoentjes, allerlei maten!”

“Wat ga je daar nou weer mee doen dan? Je hebt je hele draadboom twee jaar geleden toch al vervangen?”

“Ja, en ik heb me toen arm gekocht aan al die zooi. Nu had ik een hele doos, met alles wat ik maar zou kunnen willen, voor twee eurotjes!”

“Dat is inderdaad geen geld, twee euro. Maar wat ga je er dan mee doen? Die dingen heb je dan toch nu helemaal niet meer nodig, als je alles twee jaar geleden al vervangen hebt? Of doe je het uit hobby om het jaar ofzo?”

“Man, weet je hoeveel werk dat is? En hoe rottig je overal bij kan? En dan alles ook weer netjes wegwerken, achter de betimmering, onder de vloer, ik ben er toen de hele winter mee zoet geweest!”

“Ja daarom zeg ik het dus. Waarom heb je die dingen gekocht dan?”

“Ja. Nou je het zegt. Altijd handig?”

“Suus ziet je aankomen. Je hebt al een hele schuur vol met ‘altijd handig’… Ik ben deze winter bezig met mijn elektra, ik wil ze wel van je overnemen? Eurotje?”

“Ik heb er net twee voor betaald!”

“Tja. Beetje handelen he. ”

(deze column verscheen ook in het maart nummer van Zeilen Magazine. Zoek hen op op Facebook, Twitter of nu, op de HISWA!)

Bij de start linksaf..

Voor de 8urenOosterschelde heb ik een gastblogje geschreven...


Na de start linksaf

“Ellen, ik weet dat je het druk hebt, en dat je daardoor niet meer als vast bemanningslid mee vaart met Diricawl, maar wil je toch mee de acht uur Oosterschelde varen?”

“Ik vaar niet meer mee omdat ik het te druk heb, waar zit dan de logica in dat ik acht uur ga varen?”

“Nou, het is een soort puzzeltocht. En aangezien jij goed kan navigeren…”

“Een puzzeltocht? Met opdrachten?”

“Nee, geen opdrachten. Je krijgt een rakkenkaart, je mag elk rak maar twee keer varen, er zijn drie startplaatsen en tussen vijf en zes moet de hele club in dat muizengaatje voor Sint Annaland finishen. Degene met de meeste mijlen, op handicap dan he, is de winnaar.”

“Oh, dus we hebben ook eens kans op line honours!”

“Liever niet. Dan laten we een uur zeilen liggen…”

Ze wilde. En daarmee had Diricawl haar bemanning compleet. Gezien de volle agenda’s van de diverse dames werd de boot een week eerder al van Veere naar Sint Annaland gebracht. Dat is een raar gevoel, je boot een week uit logeren. Gelukkig lag ze tussen allemaal andere boten van haar eigen maatje, en niet tussen die hele grote jongens. Daar had ze zich met haar negen meter vast heel nietig gevoeld...

Vrijdagavond, na het eten want er moesten nog kinderen naar sportclubs gebracht en mannen geïnstrueerd over hoe ze het weekend zonder hun vrouw moesten overleven, reden we dus vier vrouw sterk naar Stalland, met de gedachte in Buutengaets nog even wat tactiek te bespreken. Op Twitter waren we al geadviseerd over polaire diagrammen, maar wij hadden eerder een wijntje op een polaire temperatuur in gedachten. Eenmaal met de kaarten op tafel werden we door daar al aanwezige andere bemanningen overspoeld met tips, die we stuk voor stuk niet bijster begrepen. ‘Na de Keeten B moet je terug’, tja, wat heb je er aan? Het afzakkertje aan boord van de Luwte sloegen we (verstandig) af. We moeten nog zeilen morgen.

Eenmaal buiten, voor de start was er van alle tactiekbesprekingen nog maar een ding blijven hangen. Na de start linksaf. Wat we gedaan hebben. Een heerlijke zeildag, zeven uur en 52 minuten gezeild, 36 mijl wat ons een keurige zestiende plek in een veld van veertig opleverde: volgend jaar weer!

Appje

Heel, heel soms zeggen ze bij Zeilen: Jet, doe maar niet, die column. Om hen moverende redenen die ik dan begrijp, en dan schrijf ik een ander. Dit is zo'n 'afgekeurd' exemplaar...

“Een vrouw en een kip, is de pest voor je schip.”

“Pardon? Wat zit jou dwars?”

“Jij. Nou ja, jullie. Niet jij per se, maar vrouwen. In het algemeen.”

“Mijn ervaring is dat een dergelijke uitspraak over een soort meestal ontstaat vanuit ongenoegen over één exemplaar van die soort. Dus leg uit, met welke dame heb je nou weer ruzie gemaakt?”

“Ik maak nooit ruzie. Nee, nou niet zo verbaasd kijken, ik maak nooit ruzie. Met mij kan je alle kanten op, ik vind het allemaal best. Maar vrouwen? Vrouwen, die zijn zo ontzettend veeleisend! Daar wordt je als man zijnde echt helemaal gek van!”

“Ja, en de gemiddelde man is een mak lam dat zich gewillig laat leiden. Leg uit. Was je pinksterweekend niet zo geslaagd?”

“Hoe raad je het. We waren een weekendje weg. Natuurlijk eerst weer die traditionele discussie over wat je allemaal wel en wat je niet mee hoeft te nemen op een boot, maar eenmaal geladen met de waterlijn een centimeter of wat hoger, en het eerste flesje open, leek het wel gezellig te worden. Tot we het, eenmaal door de sluis, eens moesten worden over de plaats van bestemming. Nou heb ik een Appje, met daarin alle havens, en dan kan je zien wat de voorzieningen zijn, en ook reserveren, en aangezien half België en Duitsland ook weer aan het drijven was in die Zeeuwse Delta leek het me wel een goed plan om een box te bestellen. Tja, ik weet niet hoe het met jou zit, maar als ergens twee meter verval is, vind ik het meestal niet zo fijn om te dubbelen. Je weet immers maar nooit hoe het schiemanswerk van de buurman is, dus…”
“Ik vind het altijd wel lekker, dubbelen. Een beetje weg van die herrie op de steiger, en als je dan als buitenste ligt heb je in ieder geval fijn uitzicht. Plus dat ik het meestal gezelliger vind om naast iemand te liggen die aan boord is dan tussen twee verlaten boten op hun vaste ligplaats.”

“Ja, dat is nou weer typisch vrouwelijk. Als het maar ‘gezellig’ is. Maar dat de buurman van die fenderhoezen heeft waar zand zo fijn in blijft zitten, waardoor jij allerlei krassen op je lak krijgt, daar denk je dan niet aan hè. Of fijn naast een platbodem, die hebben van die stalen randen langs de zwaarden. Gelcoatpeelers zijn dat.”

“Kwestie van een beetje opletten, wil op de juiste plaats hangen. Maar vertel, jullie zaten op dat water, jij op je Appje, en toen?”

“Nou ja, ik stelde een paar havens voor, allemaal prima voorzieningen. Wifi enzo, want ik wil toch wel graag elke dag het nieuws even zien en het weer checken op Windguru, en lekker douchen, dus. Maar nee, ze moest en zou door het Brabants Vaarwater. Dus ja, dan is de keuze beperkt.”

“Waarom per se dat Brabants Vaarwater dan?”

“Daar blijken de zeehonden te wonen.”

“En dat wist jij niet?”

“Nee, hoe moet ik dat weten? Daar is geen Appje van!”