Zomer

zomertje

Kindertjes die vragen worden overgeslagen. Maar ik vind het onderhand het proberen waard...

Ik wil katoenen broeken aan en blote benen. Ik wil mopperend mijn schoenen uitschoppen: te warm. Ik wil klachten van mijn dochter dat haar favo bikini in de was is en klachten van mijn zoon dat er op school geen airco is. Ik wil slapen onder mijn Turkse dekentje, dat eigenlijk niet meer is dan een dik laken, omdat het dekbed echt veel te warm is. Ik wil 's avonds om tien uur nog de tuin gaan sproeien omdat het daarvoor toch meteen verdampt. Ik wil alle ramen tegen elkaar open zetten zodat het een beetje door kan waaien. Ik wil zelfs hollend door het huis om ze allemaal dicht te doen als die ene verlossende onweersbui er eindelijk is. Ik wil barbecuen en salades eten, ik wil tot na middernacht op een terrasje, ik wil blote schouders en zwemmen in het Veerse Meer. Ik wil een flaphoed moeten kopen omdat je de zonnebril nu echt begint te zien, ik wil een hond die niet wil hollen want hij heeft zijn winterjas nog aan, en een kat die te lui is om muizen te vangen. Ik wil muggen doodmeppen en naar hommels kijken. Ik wil taboulet, mojito's en Ambre Solaire.

Het is 1 juni: kan het nou eindelijk eens zomer worden???

Experiment deel II


Week 21

Ik ben tweeëneenhalve week op weg in mijn experiment . (Huh? Week 21 min week 16 is toch geen 2,5? Jawel. Meivakantie en Hemelvaart… ) Het is tijd een tussenbalans op te maken als ik hier volgend schooljaar mee verder wil: regio Zuid is dit jaar de eerste in de vakantiespreiding en week 25 is de laatste reguliere lesweek.
Werkt het? Het is natuurlijk nog geen gedegen onderzoek, na zo’n korte tijd, maar ik heb de neiging om ‘ja’ te zeggen. Wat mij betreft wegen de ‘kosten’ absoluut af tegen de ‘baten’ en dat zal ik uitleggen.

Mijn meivakantie was geen echte vakantie; ik heb al mijn lessen nog een keer moeten voorbereiden. Ik ben een vrij traditionele docent die een stukje instructie af probeert te wisselen met zelfstandig werken, maar ik moet toegeven: er zijn vakken dat ik het blokuur frontaal lesgeef. Mijn zandloper, die een kwartier loopt, speelde dus al een cruciale rol in mijn lessen. Na dat kwartier gaf ik ze altijd al even tijd om op de mobiel te kijken of ze online nog een leven hadden; tijd die ik dan gebruikte om mijn absentenregistratie te doen, wat kopietjes te maken of mijn flesje te vullen – van zoveel praten krijg je dorst.
De indeling van de klas die ik nu gemaakt had, verdeelde de klas in twee groepen: zelfstandig werken achterin, focus op de docent in de carré. Voor veel van mijn lessen heb ik daarom een extra begrippenlijst gemaakt van de stof die ik zou behandelen: achterin mochten ze dat zelf opzoeken, voorin was het een leidraad voor de te maken aantekeningen. Dat was in de meivakantie nog een behoorlijke klus: ik geef dit blok 10 verschillende vakken. (Dat dat misschien absurd is, is een andere discussie.) Ook moest ik mijn planning strakker in elkaar zetten; als een leerling achterin vooruit wil werken, moet die leerling van te voren weten wat er volgende week op de planning staat. Ook dat was een klus. Er gaat dus behoorlijk wat (extra) tijd van de docent zitten in deze manier van lesgeven.

Die extra lesvoorbereiding had ook een voordeel. De focusgroep wist van te voren wat ze konden verwachten (ik hoorde ze eens zeggen ‘ze heeft de helft van haar begrippen al gehad, dus met een beetje mazzel moeten we die bus van vier uur wel kunnen halen&rsquoWinking en achterin waren er een aantal inderdaad aan het vooruitwerken. Overigens is er eentje die, als hij zo door gaat, over een week door de stof heen is, ik hoop maar dat hij nog even ziek wordt ofzo, anders moet ik daar ook nog iets op verzinnen.

Bij de meeste vakken liet ik het aan de leerling zelf waar ze gingen zitten. Wel eiste ik voorin de focus tijdens de zandloper-tijd. Telefoon weg, geen gezellig gedoe met de buren. Dat was even wennen voor sommigen, maar de ‘eerlijkheid’ daarvan, daar konden ze wel wat mee. Vooral ook omdat ik ze achterin inderdaad niet aansprak op telefoongebruik. Ook vertelde ik dat ik aantekende waar ze gingen zitten in mijn presentie-registratie. Steeds achterin? Prima, maar dan ook niet komen mauwen dat je het niet snapt.

Die vorm van ‘eigen verantwoordelijkheid’ zal niet elke puber aankunnen en als je met deze manier in het eerste blok zo zou beginnen zou ik achterin zitten alleen maar doen op basis van bewezen goede resultaten, maar voor nu werkte het. Een paar die het jaar misschien nog kunnen halen heb ik van achteren naar voren zien komen, en van de mensen die zich al niet meer inzetten omdat ze toch het jaar niet meer halen heb ik in de les geen last gehad. De toetsperiode zal het leren, maar ik heb het idee dat er in de focusgroep veel meer leerrendement gehaald is.

Dat het lokaal ‘van mij’ was, had een leuk bij-effect. Niet alleen voor mij (ik kon zowel smartboard als whiteboards gebruiken; een optimale lessituatie, en ik hoefde niet elke twee uur mijn spullen te verplaatsen) maar doordat de leerlingen het lokaal ook als het mijne zagen, werd het geen rommel. De stoelen werden netjes aangeschoven; de rekenmachines gingen terug naar de tafel bij de deur en er bleef geen papier op de tafels liggen.
Een enkele les, waarin ze in vier groepen moesten werken, werden ook de carré tafels aan elkaar geschoven maar ‘zet even terug’ was genoeg om de eerdere opstelling weer te hebben. De verpakkingen aan het plafond werden met rust gelaten (als er ook maar 1 plafondplaat beschadigt moet ik ze er allemaal af halen he) en de statafel achterin werd af en toe gebruikt als een kwebbelplek als er geen instructie was, bijna als een koffiehoekje. Kortom; een prima sfeer in de klas.

Wat mij betreft is het experiment gelukt. Ook van leerlingen hoor ik positieve geluiden, en een aantal collega’s is jaloers. Helemaal geen nadelen dan?
Jawel, een heel groot nadeel. Nu ik weet, of denk te weten, dat het werkt, wil ik dit breder trekken.
Meer lokalen zo inrichten. Of misschien zelfs een cluster aan lokalen; een open ruimte voor zelfstandig werken, dichte lokalen voor instructie en focus. Misschien een computerhoekje. De docentenwerkplekken erin betrekken. Idealiter naar modulair onderwijs – die paar die sneller door de stof gaan moet je kunnen belonen en de langzamere leerling kan je beter helpen.
Kortom; een ander beleid, geregel, overleg, projectplan, budget vragen, et cetera. Ik heb er geen tijd meer voor dit jaar, en dat vind ik een heel groot nadeel, nu ik weet dat het werkt…