sluis intro

Sluisperikelen

Sluizen zijn lastige obstakels voor de meeste watersporters. Rijkswaterstaat beseft dit ook en heeft daarom sinds 2007 zogenaamde ‘stewards’ op de sluizen gezet. Het idee was dat deze vakantiekrachten plekjes aan zouden wijzen, lijntjes aan zouden pakken en er zo voor zouden zorgen dat er minder stress en schade zou ontstaan, waardoor ook de doorstroming sneller zou gaan. Die steward kon dan bijvoorbeeld ook de schipper er op wijzen dat het nu misschien wel tijd werd om te vieren, omdat het water ook al gezakt was, of dat deuren open nog niet helemaal betekent dat je al kan omdat er nog een brug in de weg ligt.
In 2007 hadden ze hiervoor een stel kinderen van medewerkers opgetrommeld. Ze kregen een leuk shirt aan en werden de muur op gestuurd. Dat een vader of moeder bij Rijkswaterstaat nog niet betekent dat ze ook begrijpen waar ze mee bezig zijn, daar kwam RWS ook achter. Je had meer last dan gemak van die kinderen. Breed was dus de glimlach toen RWS begin 2008 een aankondiging het net op slingerde dat er dat jaar gekozen was voor ‘…stewards met enige ervaring in de watersport.’ Zou dat helpen?

Uitzonderingen daargelaten, zoals de mensen die pal achter een schutsluis liggen, komen de meeste watersporters alleen maar sluizen tegen als ze op vakantie gaan. Dan wordt er een toer gemaakt over diverse wateren, op zoek naar daar waar het leuk is, en dat is nou eenmaal vaak een paar watertjes verderop. ‘s Morgens bij het ontbijt wordt door de schipper al enigszins opgewonden aangekondigd: “Een sluis vandaag jongens!” Meestal liggen die sluizen er niet voor niets en betekenen ze de overgang van het ene soort water naar het andere soort water. Zoet naar zout, stilstaand naar stromend of een combinatie van die dingen, dus dat er wat opwinding ontstaat is niet vreemd. Met de vraag of de schutting straks naar boven of beneden gaat kan je uren zoet zijn.  

De lichte paniek begint voor de sluis al. We willen wel even afmeren, maar waar? Er staat met grote letters op die remmingswerken ‘Niet Meren’ en dat durven we dan dus ook niet. Bovendien zijn die palen gebouwd op beroepsvaart en daarom dus wel heel groot. Bovendien is natuurlijk de vraag voor hoe lang je aanlegt. Is het de moeite? Uiteindelijk wordt besloten dan maar even rondjes te draaien. Daar worden de meest mannen kribbig van. Geduld is vaak niet hun sterkste kant. “Nee schat, ik heb echt even geen tijd voor nog een kopje koffie, zie je dan niet dat ik me aan het voorbereiden ben voor de sluis?” Stootwillen en landvasten liggen al uren klaar en het stoplicht geeft nog steeds rood aan, dus je kan zelfs nog koffie gaan zetten, broodjes smeren als je wilt, maar die theorie is even vergeten.
Maar dan opeens rood-groen. Wat was het ook al weer? Klaar maken om de sluis in te varen toch?

In Zeeland worden vrijwel alle sluizen en bruggen op afstand bediend en de lichten zijn door middel van een soort schakeltje in de brug of sluisdeur geregeld. Pas als de brug helemaal tot de top open is gaat ‘rood’ uit . Als iedereen dus braaf daarop wacht staat de hele handel twee keer langer open dan noodzakelijk, maar dát weet je als toerist niet. Dat diezelfde toerist vervolgens een beetje bozig wordt op de lokale bevolking, die minder lang rondjes draait, is ook nog te begrijpen, van beide kanten. De lokale bevolking kent de brug- en sluistijden, weet dat de trein altijd voor gaat ,houdt daar rekening mee, en prikt haar met rood groen gewoon door. De bezoeker weet dat niet en ziet alleen een voordringer en daarmee is de toon gezet. Voetbal is oorlog, maar sluizen zijn the war of the worlds.
Eenmaal in de sluis komt het slechtste in menig huwelijk naar boven. Langs de lijn is het vaak niet fraai, maar in een sluis hoor je scheldpartijen waar de honden geen brood van lusten. Vaak doet hij onhandig en mag zij dat op het voordek met de pikhaak oplossen, onderwijl toegeroepen met, misschien wel goedbedoelde,  maar niet altijd even vriendelijke,  aanwijzingen van hem vanachter de gashandel. Als er thuis zo op haar gescholden zou worden zou hij met de eerstvolgende Kliko buiten staan. Maar zodra zij op het voordek staat mag blijkbaar alles.

Zelf ben ik, met dank aan een vroeger vriendje met een boot in Friesland, redelijk goed in sluizen. Hij had een aantal keren het huwelijk van zijn ouders bijna op de klippen van het Prinses Margriet Kanaal zien lopen en had er (oh wonder want man) van geleerd. Mijn eerste sluis met hem was even wennen. Traditioneel mocht ik, als vrouw van dienst, het voordek op. Zonder pikhaak, want die zou ik volgens hem niet nodig hebben. Met instructie om vooral mijn mond te houden, naar voren te kijken en met kleine, subtiele handgebaren achter de rug aan te geven wanneer hij bakboord of juist stuurboord uit moest, gas bij moest geven of juist het gas er af moest halen. Verder moest ik op zijn stuurmanskunsten vertrouwen. Ik wist het zo net nog niet, had ernstige twijfels over de afloop van deze onderneming, maar het werkte wonderbaarlijk. Zo moest het dus.

Ettelijke jaren later, ging ik weer eens met een lief varen. Honderd meter na de box de eerste sluis. Met wat ik eerder geleerd had in gedachten, ging ik op het voordek staan en gaf subtiele handgebaren. Die kwamen niet helemaal aan. Mijn gas af, gás af, gás áf, stuurboord uit, naar stuurboord, ja nog een beetje, eindigde in de beroemde middelvinger. Ook netjes achter de rug, dat dan weer wel. Mond houden in de sluis!